Fertiliteit.nl is te koop
Het Nederlandse woord voor vruchtbaarheid, als .nl-adres. Eén naam voor een kliniek, een portal, een uitgever of een nieuw merk in de zorg rond zwanger worden.
- Eén woord, direct te herkennen
- Geen merknaam of plaats in het adres
- Eventueel overdracht via escrow
Bedankt, we hebben uw bericht ontvangen
U krijgt binnen twee werkdagen antwoord op . Kijk ook in uw spamfolder als u niets ziet.
zoekopdrachten per maand in Nederland op twaalf termen met fertiliteit of vruchtbaarheid, waarvan 1.300 op het woord fertiliteit zelf. Het zijn zoekopdrachten, geen bezoekers van dit domein.
Google Ads-volumes, oktober 2026gestarte IVF- en ICSI-behandelingen in Nederland in 2022, zonder inseminaties en andere vormen van fertiliteitszorg.
NVOG, IVF-cijfers per centrum 2022gemiddeld per klik voor adverteerders op “fertiliteitskliniek”, en tot € 4,57 op verwante termen zoals draagmoederschap. Zoveel is een bezoeker uit deze markt waard.
Google Ads-gemiddelden, oktober 2026, indicatiefDe naam
De categorienaam van een heel vakgebied
Wie zwanger wil worden en hulp zoekt, begint bij het woord fertiliteit. Fertiliteit.nl is dat woord als adres: kort, neutraal en bij niemands behandeling of locatie hoort. Er is maar één eigenaar van deze naam.
De waarde hangt af van wat u ermee gaat doen. Daarom werken we met een persoonlijk antwoord op elk bod en niet met een prijslijst.
Wat u ermee kunt
- Kliniek of kliniekgroepEén herkenbare naam voor locaties en behandelingen.
- Portal of vergelijkerDe plek waar patiënten hun weg zoeken, en waar zoekmachines en AI-assistenten hun antwoord vandaan halen.
- Zorgverzekeraar, farma of healthtechEen neutrale naam voor voorlichting zonder merk in het adres.
- Uitgever of ondernemerEen categorienaam om een merk, community of dienst op te bouwen.
De koop
Drie stappen, eenvoudig geregeld
Tussen twee bedrijven gaat dit zonder tussenpartij, tenzij u dat liever anders wilt.
-
Uw bod
Doe uw bod via het formulier bovenaan de pagina. We behandelen alleen serieuze biedingen en u hoort binnen twee werkdagen van ons.
-
Akkoord en factuur
Komen we tot een akkoord, dan leggen we dat schriftelijk vast en ontvangt u een factuur.
-
Betaling en overdracht
Na betaling van de factuur ontvangt u de overdrachtscode van het .nl-register en verhuist u het domein naar uw registrar. Liever via een escrowdienst? Dat kan. De kosten van zo’n tussenpartij bespreken we wanneer u dat wilt.
Wat koop ik precies?
De domeinnaam fertiliteit.nl.
Kan ik zekerheid krijgen over zoekverkeer of posities?
Nee. De zoekcijfers op deze pagina zijn indicaties uit Google Ads voor Nederland. Wat een site met deze naam aan bezoekers of aanvragen oplevert, hangt af van wat u erop bouwt en kan niemand vooraf garanderen.
Wie is de verkoper?
Exclusive Property Xchange, Nederland.
Kennisgids
Alles over fertiliteit
Een eigen, volledige uitleg over vruchtbaarheid en fertiliteitszorg in Nederland: hoe zwanger worden werkt, welke behandelingen er zijn, hoe de zorg is georganiseerd en wat mensen vaak willen weten. Laatst bijgewerkt op 21 oktober 2026.
Dit is algemene voorlichting en geen medisch advies. Over uw eigen situatie praat u met uw huisarts of fertiliteitsarts. Regels en richtlijnen veranderen; vraag bij uw zorgverlener en zorgverzekeraar naar de actuele stand.
Deel 1 van 4
Zwanger worden en vruchtbaarheid
Hoe het werkt, wat er mis kan gaan, voor wie het speelt en wat je zelf kunt doen.
Wat is fertiliteit?
Fertiliteit is het vermogen om zwanger te worden of om iemand zwanger te maken. In gewone taal spreken we over vruchtbaarheid. Het woord fertiliteit hoor je vooral in de zorg, als het gaat over onderzoek en behandeling bij een kinderwens die niet vanzelf lukt.
Wat is het verschil tussen vruchtbaarheid en onvruchtbaarheid?
Vruchtbaarheid is de kans dat een zwangerschap ontstaat. Die kans is nooit nul of honderd. Ze verschilt per persoon en per periode, en ze verandert met de leeftijd. Onvruchtbaarheid betekent dat er geen zwangerschap ontstaat, ook niet na lang proberen. Volledig onvruchtbaar zijn is zeldzamer dan verminderd vruchtbaar zijn.
Wat is subfertiliteit?
Subfertiliteit wil zeggen dat zwanger worden langer duurt dan gemiddeld, maar nog wel kan gebeuren. Veel mensen die denken dat ze onvruchtbaar zijn, zijn eigenlijk subfertiel. Met tijd, ondersteuning of behandeling lukt het vaak alsnog. Artsen gebruiken het woord daarom liever dan onvruchtbaarheid.
Wat is fertiliteitszorg?
Fertiliteitszorg is alle medische hulp rond een onvervulde kinderwens. Dat begint met uitleg en onderzoek om te zien waarom een zwangerschap uitblijft. Daarna volgt, als dat past, een behandeling. Zie voor een overzicht de sectie behandelingen. Fertiliteitszorg gaat ook over het bewaren van eicellen, zaadcellen of embryo's en over zorg met donorcellen. Wie zich in de vaktaal wil inlezen, vindt hulp in de woordenlijst.
Wie werkt er in de fertiliteitszorg?
Meerdere beroepsgroepen werken samen rond één patiënt of één paar:
- De huisarts is meestal het eerste aanspreekpunt en verwijst indien nodig door.
- De gynaecoloog en de fertiliteitsarts zijn gespecialiseerd in vrouwelijke voortplanting en in behandelingen.
- De uroloog kijkt naar de mannelijke kant, bijvoorbeeld bij een afwijkend zaadonderzoek.
- Laboratoriummedewerkers en embryologen werken met eicellen, zaadcellen en embryo's in het laboratorium.
- Verpleegkundigen begeleiden de behandeling en leggen de praktische stappen uit.
- Psychologen of maatschappelijk werkers bieden steun bij de emotionele kant.
- Klinisch genetici denken mee als erfelijke aandoeningen een rol spelen.
Hoe de zorg in Nederland is ingericht, lees je in de sectie zorgstelsel.
Zo werkt zwanger worden
Zwanger worden gebeurt wanneer een zaadcel een eicel bevrucht en het embryo zich daarna innestelt in de baarmoeder. Dat vraagt dat meerdere stappen op het juiste moment goed verlopen. Elke stap kan vertraging oplopen zonder dat daar direct een duidelijke reden voor is.
Hoe werkt de menstruatiecyclus?
De menstruatiecyclus telt vanaf de eerste dag van de bloeding tot de dag vóór de volgende bloeding. Hormonen sturen die cyclus aan. In de eerste helft rijpt in een van de eierstokken een follikel, een blaasje met een eicel. Het slijmvlies in de baarmoeder wordt dikker. Halverwege de cyclus komt de eisprong. Daarna maakt het lichaam zich klaar voor een eventuele zwangerschap. Komt die er niet, dan volgt een nieuwe menstruatie. De lengte van een cyclus verschilt per vrouw. Ongeveer twee weken vóór de volgende bloeding vindt de eisprong plaats.
Wat is de eisprong?
De eisprong is het moment waarop een rijpe eicel uit de eierstok komt en in de eileider terechtkomt. De eicel kan maar kort bevrucht worden. Een zwangerschap is dus alleen mogelijk in een korte periode rond de eisprong, het vruchtbare venster.
Wanneer is de kans op zwanger worden het grootst?
De kans om zwanger te worden is het grootst in de dagen vlak vóór de eisprong. Zaadcellen kunnen een paar dagen in het lichaam van de vrouw blijven leven. Vrijen in de dagen vóór de eisprong is daarom gunstiger dan pas op de dag zelf. Het is meestal genoeg om ongeveer elke twee tot drie dagen te vrijen. Dan zit je er vanzelf dicht bij, zonder dat je op de dag hoeft te plannen.
Hoe komen zaadcellen en eicel bij elkaar?
Zaadcellen worden in de teelballen gemaakt en komen bij een zaadlozing in de vagina. Ze zwemmen door de baarmoedermond en de baarmoeder naar de eileider. Slechts een klein deel haalt de eicel. Eén zaadcel dringt de eicel binnen. Dat is de bevruchting. Ze vindt meestal plaats in de eileider.
Wat gebeurt er na de bevruchting?
De bevruchte eicel gaat delen en groeit onderweg naar de baarmoeder uit tot een embryo. Na enkele dagen hecht het embryo zich aan het baarmoederslijmvlies. Dat heet innesteling. Pas als dat lukt, spreken we van een zwangerschap. Veel bevruchte eicellen nestelen zich niet in. Dat gebeurt vaak zonder dat iemand het merkt.
Hoe groot is de kans per maand en hoe verandert die met leeftijd?
Ook als alles goed werkt, is de kans per maand beperkt. Bij vrouwen van 35 jaar en jonger die regelmatig vrijen, lukt het in ongeveer zeven van de tien gevallen binnen een half jaar en in ongeveer acht van de tien binnen een jaar. Het kan dus maanden duren. Vanaf ongeveer 30 jaar neemt de kans stapje voor stapje af, en na 35 jaar gaat dat sneller. Ook de kwaliteit van de eicellen speelt daarbij een rol: de eicellen zijn net zo oud als de vrouw. Bij mannen neemt de vruchtbaarheid ook af met de leeftijd, maar trager en minder voorspelbaar.
Gemiddelden zeggen niets over jouw situatie. Sommige mensen worden snel zwanger, anderen pas na lang proberen, ook zonder aanwijsbare reden.
Oorzaken van verminderde vruchtbaarheid
Verminderde vruchtbaarheid kan bij de vrouw liggen, bij de man, bij allebei of is niet te verklaren. Bij een deel van de paren is er na onderzoek geen duidelijke oorzaak te vinden. Dat noemen artsen onverklaarde subfertiliteit.
Welke oorzaken kunnen bij de vrouw liggen?
- Geen of onregelmatige eisprong. Een veelvoorkomende reden is PCOS. Ook schildklierproblemen, sterk ondergewicht, overgewicht, zware inspanning of stress kunnen de eisprong verstoren.
- Beschadigde of afgesloten eileiders. Een eerdere infectie, bijvoorbeeld door chlamydia, een buikoperatie of endometriose kan de eileiders beschadigen. De zaadcel en de eicel kunnen elkaar dan niet vinden.
- Endometriose. Slijmvlies dat lijkt op baarmoederslijmvlies groeit buiten de baarmoeder. Het kan pijn geven, maar ook zonder klachten spelen.
- Afwijkingen aan de baarmoeder. Bijvoorbeeld vleesbomen, poliepen of een aangeboren vorm die innesteling lastiger maakt.
- Afnemende eicelvoorraad. Het aantal en de kwaliteit van eicellen nemen met de leeftijd af. Bij sommige vrouwen gebeurt dat vroeg, bijvoorbeeld door een erfelijke aanleg, een operatie of een behandeling zoals chemotherapie.
Wat is PCOS?
PCOS is een hormonale aandoening waarbij de eisprong onregelmatig is of wegblijft. De afkorting staat voor polycysteus ovariumsyndroom. Mensen met PCOS hebben vaak lange of onregelmatige cycli. Ook andere klachten, zoals puistjes of meer haargroei, kunnen horen bij PCOS. Met begeleiding of behandeling lukt zwanger worden bij PCOS vaak wel.
Welke oorzaken kunnen bij de man liggen?
- Weinig zaadcellen of zaadcellen die slecht bewegen. Dit is de meest voorkomende reden aan de mannelijke kant. De kwaliteit van het zaad kan ook van dag tot dag verschillen.
- Geen zaadcellen in het zaad. Dat kan komen door een blokkade in de zaadleiders of doordat de teelballen te weinig zaadcellen maken.
- Hormonale of erfelijke oorzaken. Soms speelt een afwijking in de hormonen of in de erfelijke aanleg een rol.
- Medische voorgeschiedenis. Bijvoorbeeld een niet-ingedaalde teelbal in de jeugd, een zware infectie, een operatie of kankerbehandeling.
- Verwijde bloedvaten rond de teelbal (varicokèle). Hoe groot de invloed hiervan precies is, verschilt per persoon.
Hoe goed de zaadcellen zijn, wordt vastgesteld met een zaadonderzoek. Dat is een eenvoudig onderzoek in het laboratorium.
Wat als de oorzaak bij beiden ligt of onbekend blijft?
Bij veel paren spelen meerdere kleine factoren tegelijk een rol. Eén oorzaak is dan niet aan te wijzen. Ook als er na onderzoek geen reden is gevonden, kan er behandeling mogelijk zijn. Die richt zich dan op het vergroten van de kans, zonder dat de oorzaak bekend hoeft te zijn. Meer daarover vind je bij behandelingen.
Welke leefstijlfactoren spelen mee?
Roken, veel alcohol, drugs, ernstig ondergewicht en ernstig overgewicht kunnen de vruchtbaarheid verminderen, zowel bij vrouwen als bij mannen. Chronische stress kan het hormoonevenwicht beïnvloeden. Meer hierover staat bij leefstijl. Een leefstijlfactor is zelden de enige reden. Een ongezonde leefstijl hoeft ook niet te betekenen dat het niet lukt.
Eisprong berekenen en de ovulatietest
De eisprong is het moment waarop een rijpe eicel uit een eierstok komt. Je kunt je eisprong schatten met je cyclus, met lichaamssignalen of met een ovulatietest, een test die in je urine kijkt naar het hormoon LH.
Hoe bereken je de eisprong?
Bij een regelmatige cyclus vindt de eisprong ongeveer twee weken vóór de volgende menstruatie plaats. Tel dus niet vanaf het begin van je cyclus, maar terug vanaf de dag waarop je de volgende bloeding verwacht. Noteer de eerste dag van je menstruatie een paar maanden in een agenda of app. Dan zie je hoe regelmatig je cyclus is. Hoe onregelmatiger de cyclus, hoe lastiger het is om de eisprong te voorspellen. Hoe de cyclus werkt, lees je in zo werkt zwanger worden.
Welke lichaamssignalen horen bij de eisprong?
Sommige vrouwen merken de eisprong aan het lichaam:
- meer helder, rekbaar vaginaal slijm
- pijn of een trekkend gevoel in de onderbuik
- soms een klein beetje bloed
Niet iedereen heeft deze signalen, en ze zijn niet nauwkeurig genoeg om er alleen op te vertrouwen.
Wat is een ovulatietest?
Een ovulatietest is een urinetest die het hormoon LH (luteïniserend hormoon) meet. Kort vóór de eisprong stijgt de hoeveelheid LH sterk. De test laat zien dat die stijging begonnen is. Je eisprong volgt daarna meestal binnen enkele dagen, vaak al snel. Zo'n test heet ook wel eisprong test. Je gebruikt hem rond de dagen waarop je de eisprong verwacht, volgens de gebruiksaanwijzing van het merk dat je kiest. Zo'n test laat wel een hormoonstijging zien, maar niet dat er echt een eicel is vrijgekomen.
Wanneer is het vruchtbare venster?
Het vruchtbare venster is de periode waarin vrijen kan leiden tot een zwangerschap. Zaadcellen blijven enkele dagen in het lichaam van de vrouw in leven. De kans is daarom het grootst in de dagen vóór de eisprong en op de dag zelf. Vrijen om de twee à drie dagen is meestal genoeg. Dan hoef je de eisprong niet precies te bepalen.
Wat zijn de beperkingen?
- Bij een onregelmatige cyclus kloppen berekeningen vaak niet.
- Stress, ziekte, sterk afvallen of zwaar sporten kunnen de eisprong verstoren.
Wanneer houd je er beter mee op?
Tel en test niet eindeloos. Het kan veel druk geven, bij jou en bij je partner. Lukt zwanger worden niet na ongeveer een jaar, of weet je niet of je een eisprong hebt, ga dan naar de huisarts. Heb je al langer geen menstruatie gehad, ga dan eerder. Zie ook eerste stappen en PCOS, een veelvoorkomende reden voor een onregelmatige eisprong.
PCOS en zwanger worden
PCOS, voluit polycysteus ovariumsyndroom, is een hormonale aandoening waarbij de eisprong minder vaak of onregelmatig plaatsvindt. Zwanger worden kan daardoor langer op zich laten wachten, maar het lukt vaak wel, soms met hulp.
Wat is PCOS?
Bij PCOS werkt het samenspel van hormonen anders dan gebruikelijk. In de eierstokken rijpen eiblaasjes vaak niet goed uit. De eisprong blijft dan weg of komt onregelmatig. Een mogelijk teken is een onregelmatige of uitblijvende menstruatie. Niet iedere vrouw heeft dezelfde klachten. De naam verwijst naar de vele kleine blaasjes die je soms op een echo ziet.
Hoe beïnvloedt PCOS de eisprong?
Door de verstoorde hormoonbalans komt de eisprong niet elke cyclus en is hij moeilijk te voorspellen. Heb je af en toe wel een eisprong, dan kun je zonder behandeling zwanger worden. Hoe groot die kans is, laat zich voor een individu niet zeggen. Lees meer in eisprong berekenen en de ovulatietest.
Hoe wordt PCOS vastgesteld?
Een arts kijkt naar je klachten en je cyclus. Daarnaast volgen vaak bloedonderzoek naar hormonen en een echo van de eierstokken. De arts sluit ook andere oorzaken van een afwijkende cyclus uit. De diagnose stelt een arts, niet een test thuis.
Welke behandelwegen zijn er?
De aanpak hangt af van je situatie. Dit is algemene uitleg, geen persoonlijk advies.
- Leefstijl. Bij overgewicht helpt gezond eten en voldoende bewegen vaak om de eisprong te herstellen. Een gezond gewicht maakt een zwangerschap ook veiliger en vergroot de kans dat een hormoonbehandeling werkt. Zie leefstijl.
- Ovulatie-inductie. Met tabletten of injecties wordt de eisprong op gang gebracht. Dit kan bij een gynaecoloog of fertiliteitsarts. Meer uitleg staat bij ovulatie-inductie.
- IUI of IVF. Werken eenvoudiger stappen niet, of speelt er iets anders mee, dan kunnen IUI of IVF een optie zijn.
Wanneer ga je naar de huisarts?
Ga langs als je menstruatie lang wegblijft, heel onregelmatig is of als je een jaar probeert zwanger te worden zonder resultaat. Heb je PCOS en wil je zwanger worden, bespreek dat dan met je huisarts. Zo weet je welke stappen bij jou passen. Gebruik je de pil of een hormoonspiraal, dan stop je daar in overleg mee.
PCOS is een veelvoorkomende oorzaak van een uitblijvende zwangerschap, zie ook oorzaken.
Wie zoekt hulp bij een kinderwens?
Hulp bij een kinderwens zoeken mensen met zeer verschillende levens, relaties en redenen. Wat ze delen is de wens om een kind te krijgen. Welke route past, hangt af van de persoonlijke situatie en van de regels in het zorgstelsel, zie zorgstelsel en overheid en regels.
Heterorelaties met een vruchtbaarheidsprobleem
Dit is de groep die het vaakst bij een fertiliteitscentrum komt. Het gaat om paren van een man en een vrouw bij wie een zwangerschap niet vanzelf ontstaat. Onderzoek kijkt naar beide partners, want de oorzaak kan aan elke kant liggen.
Lesbische paren
Lesbische paren hebben geen medisch probleem nodig om hulp te zoeken. Zij hebben zaad van een donor nodig. Dat kan een bekende donor zijn of een donor via een zaadbank of kliniek. Soms is inseminatie genoeg. Soms is een andere techniek nodig, bijvoorbeeld als er ook een medische reden is. Bij sommige paren draagt de ene partner het kind, terwijl de eicel van de andere komt. Wie wil weten wat donorzorg inhoudt, vindt dat bij donorzorg.
Alleenstaande vrouwen
Alleenstaande vrouwen met een kinderwens kunnen kiezen voor een zwangerschap met donorzaad. Net als bij lesbische paren spelen de keuze van de donor, de juridische kant en de medische begeleiding een rol.
Alleenstaande mannen en mannelijke paren
Voor een alleenstaande man of een mannelijk paar is een kind krijgen ingewikkelder, omdat een eicel en een draagmoeder nodig zijn. De regels hierover verschillen sterk per land. Lees daarom ook de secties overheid en regels en buitenland.
Transgender personen
Transgender personen kunnen een kinderwens hebben. Sommige hormonale of operatieve stappen in een transitie kunnen de vruchtbaarheid verminderen of beëindigen. Daarom is het zinvol om vooraf te bespreken of eicellen of zaadcellen bewaard kunnen worden. Zie eicellen invriezen en zaadcellen invriezen. Een goed gesprek met een arts helpt om keuzes te maken die bij jouw wensen passen.
Mensen met een medische reden, zoals kanker
Sommige behandelingen, zoals chemotherapie of bestraling, kunnen de vruchtbaarheid beschadigen. Mensen die dat te wachten staat, kunnen vaak vooraf eicellen, zaadcellen of eierstokweefsel laten bewaren. Dat gebeurt meestal in korte tijd, omdat de behandeling van de ziekte voorgaat. Ook andere aandoeningen of operaties kunnen een reden zijn om vruchtbaarheid te bewaren.
Mensen die hun kinderwens uitstellen
Sommige mensen willen later kinderen, bijvoorbeeld omdat er nog geen partner is of omdat studie of werk eerst komt. Wie eicellen laat invriezen om de vruchtbaarheid te bewaren, noemt dat social freezing. Het geeft geen garantie op een kind, maar kan opties openhouden. Meer informatie staat bij eicellen invriezen.
Mensen die al een kind hebben
Secundaire onvruchtbaarheid betekent dat iemand al een kind heeft gekregen, maar nu niet opnieuw zwanger wordt. Dat komt vaker voor dan veel mensen denken. De oorzaken lijken op die bij een eerste kinderwens, en leeftijd of een eerdere bevalling of operatie kan meespelen. Veel mensen schamen zich of krijgen te horen dat ze al dankbaar mogen zijn, terwijl de wens voor nog een kind net zo echt is.
Wensouders met een donor of draagmoeder
Wensouders zijn mensen die een kind willen krijgen met hulp van een donor van eicellen of zaadcellen, of van een draagmoeder. Hierbij komen medische, emotionele en juridische vragen samen, zoals afstamming en ouderschap. Praat met een deskundige voordat je stappen zet. Lees verder bij donorzorg, overheid en regels en buitenland.
Eerste stappen: wanneer en hoe zoek je hulp?
Bij een kinderwens begin je meestal met een tijd lang zelf proberen. Lukt het dan niet, dan is de huisarts het eerste aanspreekpunt. Die kijkt samen met jou of onderzoek of doorverwijzing zinvol is.
Wanneer ga je naar de huisarts?
Een zwangerschap ontstaat vaak niet meteen. Daarom is het gebruikelijk om eerst ongeveer een jaar te proberen en regelmatig te vrijen. Daarna is een bezoek aan de huisarts zinvol. Bij een vrouw van 38 jaar of ouder kan eerder doorverwijzing aan de orde zijn. Ook als je al weet dat er iets speelt, kun je eerder terecht. Denk aan een zeer onregelmatige of uitblijvende menstruatie, een eerdere ingreep aan de eierstokken of de eileiders, of een behandeling die de vruchtbaarheid kan raken. Een half jaar zonder menstruatie is een reden om het te laten onderzoeken, omdat er dan vaak geen eisprong is.
Wat doet de huisarts?
De huisarts stelt vragen over je gezondheid, je cyclus, je leefstijl en hoe lang je al probeert. Daarna schat de huisarts in hoe groot de kans is dat het binnen een jaar vanzelf lukt. Is die kans redelijk groot, dan kan het advies zijn om nog een tijd door te gaan. Is de kans kleiner, dan volgt onderzoek of een verwijzing naar de gynaecoloog.
Welk onderzoek komt er?
Onderzoek kijkt naar beide kanten, want de oorzaak kan bij de vrouw, de man of bij beiden liggen. Wat er gebeurt, hangt af van de situatie. Vaak komen de volgende onderdelen aan bod:
- Gesprek en lichamelijk onderzoek. De arts bespreekt de voorgeschiedenis en kijkt of er aanwijzingen zijn voor een oorzaak.
- Onderzoek naar de eisprong. Dat kan met een temperatuurmeting, een urinetest of bloedonderzoek.
- Onderzoek naar de eileiders en de baarmoeder. Met bloedonderzoek op een eerdere infectie, een echo of een onderzoek dat laat zien of de eileiders doorgankelijk zijn.
- Zaadonderzoek bij de man. Het zaad wordt in het laboratorium bekeken op aantal, beweeglijkheid en vorm van de zaadcellen.
Wat gebeurt er in het fertiliteitscentrum?
Na verwijzing volgt een uitgebreider gesprek bij de gynaecoloog. Daar worden de uitslagen bij elkaar gelegd en wordt besproken welke opties er zijn. Sommige paren krijgen eerst het advies om nog even af te wachten, anderen krijgen een behandelvoorstel. Meer over de mogelijkheden staat in het overzicht van behandelingen, zoals IUI, IVF en ICSI.
Dit is algemene voorlichting. Wat voor jou passend is, bespreek je met je huisarts of fertiliteitsarts.
Vruchtbaarheidstest en vruchtbaarheidsonderzoek
Een vruchtbaarheidsonderzoek, ook fertiliteitsonderzoek genoemd, is medisch onderzoek bij beide partners naar de reden dat zwanger worden niet lukt. Een vruchtbaarheidstest die je thuis doet, geeft hooguit een aanwijzing en vervangt dat onderzoek niet.
Wanneer start een vruchtbaarheidsonderzoek?
Meestal na ongeveer een jaar proberen zonder zwangerschap. Eerder kan als er een duidelijke reden is, bijvoorbeeld heel onregelmatige menstruaties, een eerdere aandoening aan de voortplantingsorganen of een bekend probleem bij de man. De huisarts is meestal het eerste aanspreekpunt. Lees ook eerste stappen.
Wat wordt er onderzocht bij de vrouw?
- Een gesprek over je cyclus en gezondheid, en een lichamelijk onderzoek.
- Een echo van baarmoeder en eierstokken.
- Bloedonderzoek, bijvoorbeeld naar hormonen en naar antistoffen tegen chlamydia.
- Onderzoek naar de eisprong.
- Indien nodig onderzoek van de eileiders, bijvoorbeeld met een röntgenfoto met contrastvloeistof of een kijkonderzoek.
Wat is een AMH-bepaling?
AMH (anti-Müllerhormoon) is een stof in het bloed die samenhangt met het aantal kleine eiblaasjes in de eierstokken. Het wordt gezien als een maat voor de eicelvoorraad. De richtlijn raadt AMH niet aan als onderdeel van het eerste onderzoek, omdat het weinig zegt over je kans om vanzelf zwanger te worden. Soms wordt het wel bepaald als een IVF-behandeling aan de orde is.
Wat is een zaadonderzoek?
Bij de man is het zaadonderzoek een vast onderdeel. In een laboratorium kijkt men onder de microscoop naar het aantal zaadcellen, hun vorm en hun beweging. Het zaad moet binnen een uur na het opvangen in het laboratorium zijn, in een potje van de huisartsenpraktijk. Is de uitslag niet goed, dan volgt vaak een herhaling. Zie ook mannelijke onvruchtbaarheid.
Wat zeggen thuistesten?
Een thuistest voor vruchtbaarheid kijkt meestal naar één ding, zoals een hormoon of zaadcellen in een monster. Eén uitkomst geeft geen compleet beeld en voorspelt niet of je zwanger wordt. Een goede uitslag stelt niet gerust en een slechte uitslag is geen eindoordeel.
Wat voorspelt een uitslag niet?
Geen enkele test zegt zeker of je wel of niet zwanger wordt. Een uitslag laat zien waar mogelijk iets speelt. Bij een deel van de paren vindt het onderzoek geen oorzaak, zie oorzaken.
Via wie loopt het onderzoek?
De huisarts doet vaak het eerste onderzoek, zoals het zaadonderzoek. Daarna kan een verwijzing naar een ziekenhuis volgen. Het onderzoek in het ziekenhuis is meestal na enkele weken afgerond. Dan bespreek je de uitslagen en het advies. Meer over het systeem lees je bij zorgstelsel.
Voorbereiding en leefstijl
Een gezonde leefstijl kan de kans op zwangerschap helpen vergroten, maar het is geen garantie. Niet alles wat op internet wordt beweerd heeft wetenschappelijke steun. Hieronder staat wat daarover op grote lijnen bekend is.
Welke leefstijlfactoren hebben steun in onderzoek?
- Niet roken. Roken is slecht voor de eicellen en voor de zaadcellen. Stoppen is ook goed voor een eventuele zwangerschap en voor het kind.
- Alcohol beperken of weglaten. Veel alcohol kan de vruchtbaarheid verminderen. Tijdens een zwangerschap is alcohol sowieso af te raden.
- Een gezond gewicht. Zowel sterk ondergewicht als overgewicht kan de eisprong en de zaadkwaliteit beïnvloeden. Dat hoeft niet te betekenen dat er een streefgewicht gehaald moet worden voordat je kunt beginnen. Praat daar met je huisarts over.
- Bewegen met mate. Matig bewegen is gezond. Zeer intensief sporten kan bij sommige vrouwen de eisprong verstoren.
- Geen drugs. Het gebruik van drugs kan de zaadkwaliteit en de hormonen verstoren.
Hoe zit het met vitaminen en voeding?
Een gevarieerd, gezond eetpatroon is een goede basis. Voor vrouwen die zwanger willen worden bestaat in Nederland een algemeen advies over foliumzuur, dat vroeg in de zwangerschap helpt om een open ruggetje bij het kind te voorkomen. Informeer bij je huisarts of apotheek hoe en wanneer je dat het beste gebruikt. Ook het gebruik van medicijnen kun je beter vooraf bespreken, want niet alles is veilig in de zwangerschap.
Wat doet stress met vruchtbaarheid?
Langdurige, zware stress kan de cyclus verstoren en de zin om te vrijen verminderen. Dat wil niet zeggen dat stress de enige reden is dat het niet lukt. Het is ook niet nuttig om jezelf te verwijten dat je te gespannen bent. Ontspanning helpt voor je welzijn, maar vervangt geen onderzoek als het lang duurt.
Wat heeft weinig of geen bewijs?
Voor veel supplementen, speciale diëten, kruidenmiddelen en trucs rond standjes na het vrijen is geen goed bewijs dat ze de kans vergroten. Wees voorzichtig met producten die beloven dat je zeker zwanger wordt. Twijfel je over een middel, vraag het dan aan de huisarts of apotheker.
Voor de man geldt dat veel hitte rond de teelballen, bijvoorbeeld door langdurig zitten met een laptop op schoot of regelmatig in een sauna, in onderzoek met een lagere zaadkwaliteit in verband is gebracht. De bewijskracht verschilt. Bespreek je persoonlijke situatie altijd met je huisarts.
De emotionele kant en waar je steun vindt
Een kinderwens die niet lukt is voor veel mensen een van de zwaarste periodes uit hun leven. Verdriet, boosheid, onzekerheid en schuldgevoel horen daar vaak bij. Die gevoelens zijn normaal en zeggen niets over hoe sterk je bent.
Waarom is een onvervulde kinderwens zo ingrijpend?
Elke maand brengt hoop en teleurstelling. Dat weegt zwaar, zeker als onderzoek of behandeling erbij komt. Je kunt rouwen om iets wat nog niet is gebeurd. Veel mensen merken dat andere zwangerschappen in hun omgeving pijn doen, ook als ze de ander van harte het beste gunnen. Dat is menselijk.
Wat doet het met een relatie?
Partners gaan verschillend met de situatie om. De een wil praten, de ander trekt zich terug. Vrijen kan veranderen van iets spontaans naar iets op afspraak. Dat zet druk op intimiteit. Het helpt om te praten over wat je allebei voelt, en om bewust tijd te nemen voor elkaar zonder dat het over het kind gaat.
Hoe ga je om met werk en omgeving?
Onderzoek en behandeling vragen tijd en energie. Afspraken in het ziekenhuis vallen soms midden in de werkdag. Je beslist zelf wie je wat vertelt. Sommige mensen kiezen ervoor om collega's in te lichten, anderen houden het privé. Vragen als wanneer er een kindje komt, kunnen kwetsend zijn. Je mag grenzen stellen en uitleggen wat je wel en niet wilt bespreken.
Waar vind je steun?
Je hoeft dit niet alleen te dragen. Er zijn meerdere mogelijkheden:
- De huisarts kan meeluisteren en doorverwijzen naar een psycholoog of maatschappelijk werker.
- Veel fertiliteitscentra hebben een psycholoog of begeleider die gespecialiseerd is in vragen rond kinderwens. Je kunt die vaak al vroeg in het traject inschakelen.
- Patiëntenverenigingen bieden informatie en contact met anderen in dezelfde situatie.
- Lotgenotencontact, in een groep, op een bijeenkomst of online, helpt veel mensen om zich minder alleen te voelen.
- Vrienden of familie die je vertrouwt kunnen een luisterend oor bieden.
Voel je je somber, ben je veel aan het piekeren of lukt het je niet meer om te functioneren, praat daar dan met je huisarts over. Hulp zoeken is een teken van zelfzorg.
Gaat het traject richting behandeling, dan staan in de secties behandelingen en zorgstelsel de praktische kanten uitgelegd.
Mythen en misverstanden over vruchtbaarheid
Over zwanger worden doen veel hardnekkige verhalen de ronde. Hieronder staat per mythe een kort, rechtgezet antwoord.
Mythe: als je ontspant, word je vanzelf zwanger
Dat klopt niet als algemene regel. Stress kan de cyclus beïnvloeden, maar de meeste oorzaken van uitblijvende zwangerschap hebben niets met ontspanning te maken. Het advies om te ontspannen kan bovendien schuldgevoel geven.
Mythe: vruchtbaarheidsproblemen liggen meestal aan de vrouw
Dat is niet waar. De oorzaak ligt bij de vrouw, bij de man, bij beiden of is onbekend. Daarom wordt bij onderzoek altijd naar beide kanten gekeken.
Mythe: je kunt pas na een jaar proberen hulp vragen
Een jaar proberen is een algemene richtlijn. Bij een bekende reden, bij een hogere leeftijd of bij klachten kun je eerder naar de huisarts.
Mythe: vrouwen blijven vruchtbaar tot de overgang
Nee. De vruchtbaarheid neemt al jaren vóór de overgang af. Een regelmatige cyclus zegt niet dat de eicelkwaliteit hoog is.
Mythe: mannen blijven altijd vruchtbaar
Mannen kunnen tot op hoge leeftijd kinderen krijgen, maar ook bij hen verandert de zaadkwaliteit met de leeftijd. Het verloopt alleen trager.
Mythe: je moet elke dag vrijen om zwanger te worden
Dat is niet nodig. Ongeveer elke twee tot drie dagen vrijen is meestal voldoende. Dagelijks plannen kan juist druk geven.
Mythe: een bepaald standje of omhoog liggen na het vrijen helpt
Er is geen goed bewijs dat een standje of na afloop even blijven liggen de kans vergroot.
Mythe: de pil of een spiraaltje maakt onvruchtbaar
Anticonceptie op zich maakt niet onvruchtbaar. Na het stoppen kan de cyclus even nodig hebben om weer op gang te komen, maar op de lange termijn verlaagt het de vruchtbaarheid niet.
Mythe: IVF is altijd het antwoord, en lukt altijd
IVF is een behandeling die bij sommige redenen past, maar niet bij alle. Er bestaan ook eenvoudiger behandelingen. Geen enkele behandeling garandeert een kind. Lees meer bij behandelingen en IVF.
Mythe: een onverklaarde oorzaak betekent dat het nooit lukt
Onverklaarde subfertiliteit betekent alleen dat er geen reden is gevonden. Veel paren worden alsnog zwanger, vanzelf of met behandeling.
Mythe: fertiliteitsbehandeling is alleen voor heterostellen met een medisch probleem
Ook lesbische paren, alleenstaanden, transgender personen en mensen met een medische reden zoeken hulp. Meer hierover staat bij doelgroepen.
Deel 2 van 4
Behandelingen en technieken
Van ovulatie-inductie en inseminatie tot IVF, ICSI, invriezen en donorzorg.
Behandelingen bij onvruchtbaarheid: van afwachten tot IVF
Een vruchtbaarheidsbehandeling is een medische stap die de kans op een zwangerschap vergroot als zwanger worden op de gewone manier niet lukt. Het traject loopt van afwachten, via hormonen en inseminatie, tot een behandeling in het laboratorium. Welke stap past, hangt af van de oorzaak, de leeftijd en hoe lang de kinderwens al speelt.
Welke behandelingen bestaan er, en in welke volgorde?
Behandelingen worden vaak opgebouwd van licht naar zwaar. Dat heet een stappenplan. Niet iedereen doorloopt alle stappen, want de arts kijkt steeds naar de eigen situatie.
- Afwachten en begeleiden: soms is de beste eerste stap gewoon doorgaan, met uitleg over de vruchtbare dagen. Lees meer in zo werkt zwanger worden en de eerste stappen.
- Medicijnen voor de eisprong: bij een onregelmatige of ontbrekende eisprong. Zie ovulatie-inductie.
- Inseminatie: zaadcellen worden in de baarmoeder gebracht. Zie IUI.
- IVF: de bevruchting vindt plaats in het laboratorium. Zie IVF.
- ICSI: één zaadcel wordt in een eicel gebracht. Zie ICSI.
Waar hangt de keuze van een behandeling van af?
De keuze hangt af van de vraag wat er speelt. Zijn de eileiders doorgankelijk? Hoe is de zaadkwaliteit? Is er een eisprong? Hoe lang probeert een stel het al, en hoe oud is de vrouw? Bij een vrouw met open eileiders en een eisprong die onregelmatig is, past iets anders dan bij dichte eileiders of een sterk verminderde zaadkwaliteit. Meer over de achtergronden staat bij oorzaken van onvruchtbaarheid en doelgroepen.
Ook zonder medische reden kan fertiliteitszorg een rol spelen, bijvoorbeeld bij het bewaren van eicellen of zaadcellen. Dat staat beschreven bij eicellen invriezen en zaadcellen invriezen. Over de vraag hoe zorg is geregeld lees je in het zorgstelsel.
Wat is het verschil tussen een lichte en een zware behandeling?
Een lichte behandeling, zoals medicijnen voor de eisprong of inseminatie, vraagt weinig van het lichaam. Een zware behandeling, zoals IVF, bestaat uit meer onderdelen: hormoonprikken, controles met echo's, een kleine ingreep en een periode van wachten. Een zwaardere behandeling geeft doorgaans een grotere kans per poging, maar vraagt ook meer van lichaam en gemoed. Over de emotionele kant gaat emotie en steun. Over de risico's gaat risico's en bijwerkingen.
Dit is algemene uitleg. Een arts in een ziekenhuis of vruchtbaarheidskliniek bepaalt samen met de patiënt wat past.
Ovulatie-inductie: de eisprong sturen met medicijnen
Ovulatie-inductie is een behandeling waarbij medicijnen de eisprong op gang brengen of sturen. De medicijnen zijn tabletten of injecties met hormonen. Het doel is dat er een rijpe eicel vrijkomt die op de gewone manier bevrucht kan worden.
Voor wie is ovulatie-inductie bedoeld?
Ovulatie-inductie is vooral bedoeld voor vrouwen die geen of een onregelmatige eisprong hebben. Dat komt bijvoorbeeld voor bij PCOS, een aandoening waarbij de hormoonhuishouding en de eierstokken anders werken. Bij een vrouw die elke maand een normale eisprong heeft, is deze behandeling meestal niet de eerste keuze, omdat er niets te herstellen valt. Soms wordt de behandeling ook gecombineerd met inseminatie.
Hoe werken de medicijnen?
De hersenen sturen de eierstokken met hormonen aan. Bij ovulatie-inductie wordt dat signaal ondersteund. Er bestaan twee soorten middelen:
- Tabletten die het lichaam stimuleren om zelf meer van het eigen hormoon aan te maken waardoor een follikel (een blaasje met een eicel) kan rijpen.
- Injecties met FSH, een hormoon dat follikels direct laat groeien.
Een arts begint vaak voorzichtig en bouwt de hoeveelheid op, zodat er één of een paar follikels rijpen en niet veel meer. Met echo's wordt gevolgd hoeveel follikels er groeien. Soms volgt aan het einde een prik die de eisprong op een bepaald moment uitlokt.
Welke risico's heeft ovulatie-inductie?
Het belangrijkste risico is dat er meer dan één eicel rijpt. Dan stijgt de kans op een meerlingzwangerschap. Daarom worden de behandelingen met echo's gecontroleerd. Andere mogelijke bijwerkingen zijn stemmingswisselingen, vermoeidheid of een gespannen gevoel in de buik. Meer hierover lees je bij risico's en bijwerkingen.
Als ovulatie-inductie niet tot een zwangerschap leidt, bespreekt de arts of een volgende stap zoals IUI of IVF zinvol is.
IUI: inseminatie in de baarmoeder
IUI staat voor intra-uteriene inseminatie. Bij deze behandeling worden schoongemaakte, geconcentreerde zaadcellen met een dun slangetje rond de eisprong in de baarmoeder gebracht. De bevruchting zelf vindt daarna plaats in het lichaam, op de natuurlijke plek.
Hoe verloopt een IUI-behandeling?
- Rond de eisprong levert de partner of een donor zaad in. Dat wordt in het laboratorium bewerkt, zodat de beweeglijkste zaadcellen overblijven.
- De eisprong wordt gevolgd, via echo's en eventueel een urinetest, of juist uitgelokt met een prik.
- Het zaad wordt met een dun, zacht slangetje door de baarmoederhals in de baarmoeder gebracht. Dat voelt voor de meeste vrouwen vergelijkbaar met een uitstrijkje.
- Daarna volgt een periode van wachten tot een zwangerschapstest.
Met of zonder hormonen?
IUI kan in de natuurlijke cyclus gebeuren, zonder medicijnen. Bij een IUI met stimulatie krijgt de vrouw hormoontabletten of -injecties, zodat er één of een paar eicellen rijpen. Die combinatie vergroot de kans, maar vergroot ook de kans op een meerlingzwangerschap. Daarom wordt de stimulatie met echo's gecontroleerd.
Voor wie is IUI geschikt?
IUI wordt ingezet bij milde zaadproblemen, bij problemen met het slijm van de baarmoederhals, bij onverklaarde onvruchtbaarheid en soms wanneer er geen mannelijke partner is. Een voorwaarde is dat minstens één eileider doorgankelijk is. Bij dichte eileiders of ernstige zaadproblemen is IUI meestal niet zinvol en komt IVF of ICSI eerder in beeld.
Wat is IUI met donorzaad?
IUI met donorzaad is inseminatie waarbij het zaad van een donor wordt gebruikt in plaats van dat van een partner. Dit kan een keuze zijn voor vrouwen zonder partner, voor lesbische paren of voor stellen waarbij de man geen bruikbare zaadcellen heeft. Hoe donorschap werkt in Nederland staat bij donorzorg.
IVF: bevruchting in het laboratorium, stap voor stap
IVF is de afkorting van in-vitrofertilisatie, een behandeling waarbij eicellen buiten het lichaam worden bevrucht. Eicellen en zaadcellen worden in het laboratorium bij elkaar gebracht, waarna een embryo (een ontwikkelende bevruchte eicel) in de baarmoeder wordt geplaatst. IVF betekent letterlijk 'bevruchting in glas'.
Voor wie is IVF bedoeld?
IVF kan een optie zijn bij dichte of beschadigde eileiders, bij een verminderde zaadkwaliteit, bij endometriose, bij onverklaarde onvruchtbaarheid wanneer lichtere behandelingen niet hebben gewerkt, en bij een hogere leeftijd van de vrouw. De arts onderzoekt vooraf waarom zwanger worden niet lukt. Zie ook oorzaken.
Wat zijn de stappen van een IVF-behandeling?
- Stimulatie van de eierstokken. Met hormoonprikken, meestal met FSH, rijpen er meerdere follikels tegelijk. Normaal rijpt er per maand maar één. De vrouw spuit dit vaak zelf, na uitleg, gedurende een aantal dagen.
- Controle met echo's en bloedonderzoek. Zo ziet de arts hoeveel follikels groeien en hoe de hormonen zich gedragen. De hoeveelheid medicijn kan worden bijgesteld.
- De rijpingsprik. Als de follikels groot genoeg zijn, volgt een prik die de eicellen laat uitrijpen. De eicelpunctie wordt precies daarop afgestemd.
- De eicelpunctie. Met een dunne naald, via de vagina en onder echobegeleiding, worden de eicellen uit de follikels gezogen.
- Bevruchting in het laboratorium. De eicellen worden bij zaadcellen gebracht. Bij ICSI wordt één zaadcel in een eicel gebracht, zie ICSI.
- Kweken. De bevruchte eicellen ontwikkelen zich in een broedstoof tot embryo's. Lees meer bij embryo's.
- Terugplaatsing. Eén embryo, of soms meer, wordt met een dun slangetje in de baarmoeder gebracht. Overgebleven goede embryo's kunnen worden ingevroren.
- Wachten en zwangerschapstest. Na ongeveer twee weken kan met een test worden gekeken of een zwangerschap is ontstaan.
Wat gebeurt er tijdens een eicelpunctie?
Een eicelpunctie is een korte ingreep waarbij de arts met een naald de eicellen uit de eierstokken haalt. De vrouw krijgt pijnstilling of een lichte verdoving, de exacte vorm verschilt per ziekenhuis. Daarna kan er wat buikpijn of een beetje bloedverlies zijn. De eicellen gaan direct naar het laboratorium.
Wat gebeurt er bij de terugplaatsing van een embryo?
Bij een embryotransfer brengt de arts het embryo met een dun slangetje in de baarmoeder. Dit is meestal een korte handeling zonder verdoving. Soms krijgt de vrouw hormonen (zoals progesteron) om het baarmoederslijmvlies te ondersteunen.
Wat is een IVF-poging?
Eén poging, ook wel cyclus, loopt van de start van de stimulatie tot en met de zwangerschapstest. Een poging kan eindigen zonder eicelpunctie, bijvoorbeeld als er te weinig follikels rijpen, of zonder terugplaatsing, als er geen bruikbaar embryo ontstaat. Slagingskansen zijn afhankelijk van onder meer leeftijd en oorzaak en worden in dit overzicht niet als getal genoemd. Een arts bespreekt de kans voor de eigen situatie.
Over de belasting en de risico's van IVF lees je meer bij risico's en bijwerkingen, over de mildere variant bij milde IVF.
ICSI: één zaadcel in één eicel
ICSI is een vorm van IVF waarbij een embryoloog met een dunne naald één zaadcel rechtstreeks in een eicel brengt. De afkorting staat voor intracytoplasmatische sperma-injectie. Alle andere stappen van de behandeling zijn gelijk aan die van IVF.
Wat is het verschil tussen IVF en ICSI?
Het enige verschil zit in de bevruchting. Bij gewone IVF worden eicellen met een grote hoeveelheid zaadcellen in één schaaltje bij elkaar gelegd en bepaalt een zaadcel zelf welke eicel hij binnendringt. Bij ICSI kiest de embryoloog één zaadcel per eicel en brengt die met een naaldje naar binnen. Het stimuleren van de eierstokken, de eicelpunctie en de terugplaatsing zijn voor de patiënt hetzelfde.
Waarom kiest men voor ICSI?
ICSI wordt gekozen als gewone bevruchting weinig kans heeft. Meestal is dat bij een duidelijk verminderde zaadkwaliteit: weinig zaadcellen, te weinig beweeglijke of verkeerd gevormde zaadcellen. Ook wanneer zaadcellen chirurgisch zijn gewonnen, zoals bij TESE of PESA, is ICSI de manier om te bevruchten. Verder wordt ICSI gebruikt als eerdere IVF-pogingen geen bevruchting gaven, of bij ingevroren eicellen en bij sommige genetische onderzoeken (PGT).
Is ICSI beter dan IVF?
ICSI is niet in elke situatie beter. Bij een normale zaadkwaliteit levert ICSI geen duidelijke winst op ten opzichte van gewone IVF. Het is een gericht hulpmiddel bij een specifiek probleem. Een zaadcel in een eicel brengen verandert niets aan de kwaliteit van de eicel of aan de kans dat het embryo zich goed ontwikkelt.
IVF in een natuurlijke of milde cyclus
Milde IVF is een IVF-behandeling met weinig of geen hormoonstimulatie, waarbij één of enkele eicellen worden verzameld. De natuurlijke cyclus gebruikt helemaal geen stimulatie en haalt de ene eicel op die het lichaam zelf laat rijpen.
Wat is het verschil met gewone IVF?
Bij gewone IVF worden de eierstokken sterk gestimuleerd, zodat er meerdere eicellen rijpen. Bij een milde cyclus is die stimulatie lichter, bijvoorbeeld met tabletten of een lage dosis. Bij een natuurlijke cyclus wordt de eicel opgehaald die toch al zou rijpen. Het aantal eicellen is dan klein en daarmee ook het aantal embryo's om uit te kiezen.
Wanneer wordt milde of natuurlijke IVF overwogen?
Soms voor vrouwen die zware hormoonbehandelingen willen vermijden of niet goed verdragen, bij een verhoogd risico op overstimulatie (OHSS), of als iemand er bewust voor kiest. Of het past, bespreekt een arts persoonlijk. Niet elk ziekenhuis biedt deze variant aan, en de kans per poging kan anders zijn dan bij een gewone cyclus. Daarom hoort bij de afweging ook hoeveel pogingen iemand bereid is te doen. Over de belasting van een traject lees je in emotie en steun.
Embryo's: kweken, selecteren, terugplaatsen en invriezen
Een embryo is een bevruchte eicel die zich begint te delen en te ontwikkelen. Bij IVF en ICSI groeit het embryo enkele dagen in het laboratorium voordat het in de baarmoeder wordt geplaatst of wordt ingevroren.
Hoe worden embryo's gekweekt?
Na de bevruchting gaan de embryo's in een broedstoof, een apparaat dat temperatuur en samenstelling van de omgeving gelijk houdt aan het lichaam. Een embryoloog volgt de ontwikkeling: hoeveel cellen zijn er, hoe gelijk zijn ze, hoe snel gaat het. Soms worden embryo's enkele dagen gekweekt tot ze het blastocyststadium bereiken. Een blastocyst is een embryo dat uit een binnenkant en een buitenlaag bestaat en dichter bij het moment staat waarop het zich in de baarmoeder zou innestelen.
Hoe wordt een embryo geselecteerd?
De selectie gebeurt op uiterlijke kenmerken, zoals celverdeling en vorm. Dit helpt om het embryo met de beste kans uit te zoeken, maar het is geen garantie. Zo'n beoordeling zegt niets over genetische gezondheid. Daarvoor is aanvullend onderzoek nodig, zie PGT.
Hoeveel embryo's worden teruggeplaatst?
Vaak wordt gekozen voor het terugplaatsen van één embryo per keer. Dit voorkomt een meerlingzwangerschap, die voor moeder en kinderen meer risico's heeft. In sommige situaties, bijvoorbeeld bij een hogere leeftijd, kan de arts met de patiënt bespreken of twee embryo's passen. Het beleid verschilt per situatie en per ziekenhuis.
Wat is een vers en een bevroren embryo?
Een verse terugplaatsing gebeurt kort na de eicelpunctie. Bij een bevroren (cryo)terugplaatsing wordt een eerder ingevroren embryo in een latere cyclus ontdooid en teruggeplaatst. Embryo's worden ingevroren met een snelle methode, vitrificatie, waarbij het weefsel in een glasachtige toestand komt zonder ijskristallen.
Wat gebeurt er met overgebleven embryo's?
Overgebleven embryo's van goede kwaliteit kunnen worden ingevroren voor een volgende poging. Het stel bepaalt vooraf wat er met ingevroren embryo's mag gebeuren als ze niet meer nodig zijn. De mogelijkheden zijn bewaren, ter beschikking stellen voor wetenschappelijk onderzoek, aan een ander paar doneren of laten vergaan. Het ziekenhuis legt deze keuzes schriftelijk vast. Lees ook overheid en regels en donorzorg.
PGT: genetisch onderzoek van embryo's
PGT staat voor preïmplantatie genetische test. Het is onderzoek aan één of enkele cellen van een embryo, voordat het in de baarmoeder wordt geplaatst, om te zien of het een bepaalde erfelijke aandoening of chromosoomafwijking draagt. PGT is alleen mogelijk in combinatie met IVF of ICSI.
Voor wie is PGT bedoeld?
PGT is bedoeld voor paren die een bekend, aanzienlijk risico hebben om een kind met een ernstige erfelijke aandoening te krijgen. Voorbeelden zijn een erfelijke ziekte in de familie, of een verandering in de chromosomen van één van de partners. In Nederland is dit gebonden aan voorwaarden en uitgevoerd in daarvoor aangewezen centra. Voor een uitleg van de regels, zie overheid en regels.
Hoe werkt PGT?
- Het paar krijgt een eerste gesprek met een klinisch geneticus over de erfelijke aandoening en de mogelijkheden.
- Er volgt een gewone IVF- of ICSI-behandeling, zie IVF.
- Op een vroeg moment worden er enkele cellen van het embryo onderzocht.
- Alleen embryo's zonder de afwijking komen in aanmerking voor terugplaatsing.
Wat kan PGT niet?
PGT onderzoekt alleen waar gericht naar wordt gezocht. Het bewijst niet dat een kind gezond wordt geboren, en het kan niet alle mogelijke aandoeningen uitsluiten. Niet elk embryo is geschikt voor onderzoek en soms blijft er geen bruikbaar embryo over. PGT is daarom een zorgvuldig besluit, waarbij meestal ook aandacht is voor de emotionele kant. Zie emotie en steun.
Eicellen invriezen: medische reden en social freezing
Eicellen invriezen is het bewaren van onbevruchte eicellen bij zeer lage temperatuur, zodat ze later kunnen worden gebruikt voor een zwangerschap. Dit kan om medische redenen, bijvoorbeeld voor een kankerbehandeling, of zonder medische reden. Het laatste heet social freezing.
Hoe werkt het invriezen van eicellen?
Het begin is hetzelfde als bij IVF: een periode van hormoonprikken zodat meerdere eicellen rijpen, controles met echo's en een eicelpunctie. Daarna worden de eicellen niet bevrucht, maar ingevroren met vitrificatie. Dat is een snelle afkoelmethode waarbij de eicel in een glasachtige toestand komt, zodat er geen schadelijke ijskristallen ontstaan. Het hele proces neemt ongeveer twee tot drie weken in beslag.
Wat is social freezing?
Social freezing is het invriezen van eicellen zonder medische noodzaak, meestal omdat iemand de kinderwens wil uitstellen. Omdat de kwaliteit en het aantal eicellen met de leeftijd afnemen, kan een eicel die op jongere leeftijd is ingevroren later voordelen hebben. De regels hiervoor in Nederland zijn beschreven bij overheid en regels, en voor het buitenland bij buitenland.
Wanneer is invriezen om medische redenen aan de orde?
Het gaat dan om een behandeling die de eierstokken of de vruchtbaarheid kan aantasten, zoals chemotherapie of bestraling, of een aandoening zoals ernstige endometriose. Vaak moet er snel besloten worden, omdat de behandeling kan niet lang wachten.
Wat garandeert eicellen invriezen niet?
Ingevroren eicellen zijn geen garantie op een kind. Niet elke eicel overleeft het ontdooien, niet elke eicel wordt bevrucht en niet elk embryo leidt tot een zwangerschap. Hoe meer eicellen, en hoe jonger de leeftijd bij het invriezen, hoe groter de kans, maar zekerheid bestaat niet. Ook is het aantal eicellen dat een stimulatie oplevert per persoon verschillend. Voor het gebruik later is een IVF- of ICSI-behandeling nodig, zie ICSI. De arts kan uitleggen wat een persoonlijke inschatting is. Over de verwachtingen en gevoelens lees je meer bij emotie en steun.
Zaadcellen invriezen
Zaadcellen invriezen is het bewaren van zaad bij zeer lage temperatuur zodat het later kan worden gebruikt voor een zwangerschap. Het wordt gedaan door mannen die een medische behandeling krijgen, door donoren, en soms om andere redenen.
Wie laat zaadcellen invriezen, en waarom?
- Voor een medische behandeling. Bijvoorbeeld voor chemotherapie, bestraling of een operatie die de vruchtbaarheid kan aantasten.
- Bij een vasectomie of bij beroepsrisico. Sommige mannen willen zekerheid dat hun zaad is bewaard.
- Bij een geslachtsaanpassing. Voor mensen die later een kind willen met eigen zaadcellen.
- Donorzaad. Donoren leveren zaad aan dat wordt bewaard, zie donorzorg.
Hoe gaat het invriezen van zaad in zijn werk?
Het zaad wordt op een privéruimte in het ziekenhuis of de kliniek afgegeven, meestal na een korte periode van onthouding. In het laboratorium wordt gekeken naar aantal, beweeglijkheid en vorm van de zaadcellen. Daarna wordt het zaad met een beschermende vloeistof gemengd en ingevroren. Vaak wordt het zaad in meerdere monsters bewaard.
Wat kan er na het ontdooien mee?
Ontdooid zaad kan worden gebruikt voor IUI, IVF of ICSI. Niet elke zaadcel overleeft het invriezen; daarom is de kwaliteit na ontdooien soms lager dan ervoor. Bij weinig zaadcellen is ICSI vaak de meest passende methode.
Donorzorg: donorzaad, eiceldonatie, embryodonatie en draagmoederschap
Donorzorg is vruchtbaarheidszorg waarbij zaadcellen, eicellen of embryo's van iemand anders worden gebruikt, of waarbij een andere vrouw de zwangerschap draagt. In Nederland gelden daarvoor regels, vooral om te zorgen dat een kind later kan weten van wie het afstamt.
Wat is donorzaad?
Donorzaad is zaad van een man die zijn zaad beschikbaar stelt voor een ander. Het wordt gebruikt bij IUI, IVF of ICSI. Redenen zijn bijvoorbeeld dat de man geen bruikbare zaadcellen heeft, een erfelijke ziekte wil voorkomen, of dat er geen mannelijke partner is.
Wat is het verschil tussen een bekende donor en een niet-bekende donor?
Een bekende donor is iemand die de ouders kennen, bijvoorbeeld een vriend of familielid. Een niet-bekende donor kennen ouders niet, maar de gegevens van de donor worden wel vastgelegd. Het begrip 'kennen' betekent bij donoren dus dat er afspraken over bekendheid zijn. In Nederland worden de gegevens van donoren bewaard, zodat een kind later naar zijn herkomst kan vragen. Anoniem donorschap is voor nieuwe donoren in principe niet meer mogelijk. Een andere term is de KID-donor: een donor van wie het kind later de identiteit kan opvragen.
Wat is eiceldonatie?
Eiceldonatie is het geven van eicellen door een vrouw aan een andere vrouw of een paar. De donor krijgt hormoonprikken en een eicelpunctie, zoals bij IVF. De eicellen worden bevrucht en de embryo's worden bij de ontvangende vrouw teruggeplaatst. Dit kan een optie zijn als de eierstokken niet meer goed werken of bij een erfelijke aandoening.
Wat is embryodonatie?
Embryodonatie is het beschikbaar stellen van overgebleven embryo's aan een ander paar. Deze embryo's zijn ontstaan bij een eigen IVF-behandeling en zijn niet meer nodig. Voor de ontvangers volgt een terugplaatsing van het gedoneerde embryo. Lees ook embryo's.
Hoe zit het met draagmoederschap in Nederland?
Draagmoederschap betekent dat een vrouw voor een ander paar zwanger wordt en het kind na de geboorte afstaat. In Nederland is het niet strafbaar om een kind voor een ander te dragen, maar het is wel aan strenge randvoorwaarden en protocollen gebonden, en er gelden beperkingen op bemiddeling. Juridisch is de vrouw die het kind baart de moeder, waardoor adoptie of een andere procedure nodig kan zijn. Meer over de regels staat bij overheid en regels. Wie in het buitenland zorg zoekt, vindt informatie bij buitenland.
Mannelijke onvruchtbaarheid: onderzoek en behandeling
Mannelijke onvruchtbaarheid betekent dat de zaadcellen van een man, door aantal, beweeglijkheid, vorm of doorgang, onvoldoende kans bieden op een bevruchting. Bij een deel van de paren die niet zwanger worden, speelt dit een rol, soms samen met een oorzaak bij de vrouw. Zie ook oorzaken.
Hoe wordt mannelijke onvruchtbaarheid onderzocht?
Het onderzoek begint meestal met een zaadanalyse, waarbij een laboratorium het aantal zaadcellen, hun beweeglijkheid en hun vorm bekijkt. Omdat de uitslag van dag tot dag kan wisselen, wordt de test soms herhaald. Daarnaast spreekt de arts met de man over zijn gezondheid, medicijnen, eerdere ziektes en leefstijl, en onderzoekt het lichaam. Soms volgt bloedonderzoek naar hormonen of genetisch onderzoek. Over de invloed van leefstijl lees je bij leefstijl.
Welke behandelingen zijn er?
Dat hangt van de oorzaak af. Soms kan een aandoening worden behandeld, bijvoorbeeld een ontsteking of een hormoontekort. Bij een lichte vermindering kan IUI helpen. Bij een duidelijke vermindering is meestal ICSI de aangewezen route. Als er geen zaadcellen in het zaad zitten, kan soms een operatie zaadcellen uit het bijbal- of zaadbalweefsel halen.
Wat zijn PESA en TESE?
PESA en TESE zijn ingrepen waarbij zaadcellen rechtstreeks uit de bijbal of zaadbal worden gehaald. Dit is nodig als er geen zaadcellen in het zaad zitten, bijvoorbeeld door een afsluiting van de zaadleiders of doordat er in de zaadbal weinig zaad wordt gemaakt.
- PESA (percutane epididymale spermaaspiratie): met een dunne naald worden zaadcellen uit de bijbal gezogen.
- TESE (testiculaire spermaextractie): een klein stukje weefsel uit de zaadbal wordt weggenomen en in het laboratorium onderzocht op zaadcellen.
De zaadcellen worden daarna gebruikt voor ICSI, vers of ingevroren, zie zaadcellen invriezen. Een vondst van zaadcellen is niet altijd te voorspellen. Als er geen bruikbare zaadcellen zijn, blijft donorzaad een mogelijkheid, zie donorzorg.
Risico's en bijwerkingen van vruchtbaarheidsbehandelingen
Vruchtbaarheidsbehandelingen zijn in het algemeen veilig, maar kennen risico's en bijwerkingen, van lichte klachten door hormonen tot zeldzame, ernstige complicaties. Een goede arts bespreekt deze vooraf, zodat iemand een geïnformeerde keuze kan maken.
Wat zijn de gewone bijwerkingen van hormoonbehandeling?
Hormonen kunnen zorgen voor een opgeblazen gevoel, gevoelige borsten, hoofdpijn, vermoeidheid, een wisselend humeur of blauwe plekken op de plek van de prikken. Dit trekt meestal weg als de behandeling is gestopt. Bij klachten die erger worden, neemt een patiënt contact op met het ziekenhuis.
Wat is overstimulatie (OHSS)?
OHSS, het ovarieel hyperstimulatiesyndroom, is een reactie waarbij de eierstokken te sterk op de hormonen reageren. Ze zwellen op en er kan vocht in de buik komen. Een milde vorm geeft een opgeblazen gevoel en buikpijn. Een ernstige vorm is zeldzaam, maar kan opname in het ziekenhuis nodig maken. Artsen proberen het te voorkomen door de dosis aan te passen en de reactie te volgen, soms met een andere aanpak, zoals milde IVF.
Wat is een meerlingzwangerschap, en waarom is die een risico?
Een meerlingzwangerschap is een zwangerschap met meer dan één kind, zoals een tweeling. Bij ovulatie-inductie, IUI met stimulatie en bij het terugplaatsen van meerdere embryo's is de kans hierop groter. Een meerlingzwangerschap geeft meer kans op vroeggeboorte en andere complicaties voor moeder en kinderen. Daarom wordt vaak gekozen voor één embryo per keer, zie embryo's.
Welke risico's heeft de eicelpunctie?
Bij de eicelpunctie kunnen een bloeding of een infectie ontstaan. Dit komt niet vaak voor. Bij klachten zoals koorts of toenemende buikpijn na de ingreep is het verstandig contact op te nemen met het ziekenhuis.
Wat is een buitenbaarmoederlijke zwangerschap?
Een buitenbaarmoederlijke zwangerschap is een zwangerschap waarbij het embryo zich buiten de baarmoeder innestelt, meestal in een eileider. Dat kan bij een vruchtbaarheidsbehandeling iets vaker voorkomen dan bij een natuurlijke zwangerschap. Het is een reden voor spoedige medische beoordeling.
Wat doet een traject met je gevoel?
Naast lichamelijke bijwerkingen is de belasting van een traject groot. Er zijn veel afspraken, onzekerheid en teleurstellingen, en dat kan een relatie en werk onder druk zetten. Dat is normaal en geen teken van zwakte. Hulp en steun staan beschreven bij emotie en steun.
Add-ons: extra's bij IVF en wat daarvan is aangetoond
Add-ons zijn aanvullende onderzoeken, behandelingen of technieken die tijdens een IVF-traject kunnen worden aangeboden, bovenop de standaardzorg. Voor veel add-ons is niet aangetoond dat ze de kans op een levend geboren kind vergroten. Daarom is voorzichtigheid en goede uitleg belangrijk.
Wat zijn voorbeelden van add-ons?
- Embryo's volgen met een camera in de broedstoof (time-lapse).
- Een krasje in het baarmoederslijmvlies (endometrium scratch).
- Onderzoek naar chromosomen van embryo's bij mensen zonder erfelijke ziekte (PGT-A).
- Het openen van de buitenlaag van het embryo met een laser (assisted hatching).
- Extra medicijnen of supplementen, bijvoorbeeld om het immuunsysteem te beïnvloeden.
- Speciale zaadselectie in het laboratorium.
Wat is er bekend over de werking?
Voor de meeste add-ons geldt dat grote, goed opgezette onderzoeken geen duidelijke verbetering van de kans op een geboren kind hebben laten zien, of dat er te weinig bewijs is. Bij sommige is er zelfs een mogelijk nadeel. Er bestaan wel situaties waarin een techniek zinvol kan zijn, maar dat geldt voor een gericht deel van de patiënten en niet voor iedereen. Het ontbreken van bewijs betekent niet dat iets niet werkt. Het betekent dat het nog niet is aangetoond.
Welke vragen kun je bij een aanbod stellen?
Bij een voorstel voor een add-on zijn dit nuttige vragen:
- Is aangetoond dat dit leidt tot meer geboren kinderen, en bij welke groep?
- Wat zijn de nadelen of risico's?
- Is het onderdeel van de standaardzorg of een extra?
- Past dit bij mijn situatie, of geldt het voor een andere groep?
Dit is algemene informatie en geen oordeel over een kliniek of een persoonlijk advies. Over de regels rond zorg lees je bij het zorgstelsel en mythen.
Deel 3 van 4
De zorg in Nederland
Hoe de fertiliteitszorg is georganiseerd, welke regels gelden en wat een verzekering ermee doet.
Zo is de fertiliteitszorg in Nederland georganiseerd
De fertiliteitszorg in Nederland loopt in de regel van de huisarts via de gynaecoloog naar een fertiliteitscentrum, waarbij alleen centra met een vergunning een IVF-behandeling in het laboratorium mogen uitvoeren. Hoe die route er voor jou uitziet, hangt af van je situatie, je leeftijd en de regio waar je woont.
Wat doet de huisarts?
De huisarts is meestal het eerste aanspreekpunt. Hij of zij bespreekt je kinderwens, doet een eerste onderzoek naar mogelijke oorzaken van uitblijvende zwangerschap en kijkt of doorverwijzing nodig is. Dit eerste onderzoek heet het oriënterend fertiliteitsonderzoek. De huisarts richt zich op het uitsluiten van een duidelijke stoornis en op het geven van advies, bijvoorbeeld over leefstijl en het juiste moment om samen te proberen. Wat er in de eerste fase gebeurt, lees je bij de eerste stappen.
Hoe verloopt de route van huisarts naar behandeling?
Een verwijzing van de huisarts is de gebruikelijke weg naar een gynaecoloog. De gynaecoloog in een ziekenhuis doet aanvullend onderzoek en bespreekt welke behandeling past. Bij een medische reden volgt soms een eenvoudige behandeling zoals IUI. Is een ingewikkelder behandeling nodig, dan verwijst de gynaecoloog door naar een fertiliteitscentrum voor IVF of ICSI. Welke stappen waarvoor nodig zijn, staat bij de behandelingen.
- Je bespreekt je kinderwens met de huisarts en er volgt een eerste onderzoek.
- Bij een vermoeden van een probleem verwijst de huisarts je naar een gynaecoloog.
- De gynaecoloog stelt met jou een behandelplan op.
- Voor ingewikkelder behandelingen word je doorverwezen naar een centrum dat ze mag uitvoeren.
Wat is een IVF-centrum met vergunning?
Een IVF-centrum met vergunning is een instelling die van de overheid toestemming heeft gekregen om de laboratoriumfase van IVF uit te voeren: het bevruchten van eicellen en het terugplaatsen van embryo's. Zo'n vergunning bestaat omdat deze behandeling veel deskundigheid vraagt en ethische vragen oproept. Andere onderdelen van een traject, zoals controles en echo's, kunnen in samenwerkende ziekenhuizen plaatsvinden. Je kunt dus bij een ziekenhuis in de buurt worden gecontroleerd, terwijl het laboratoriumwerk in het vergunninghoudende centrum gebeurt.
Wat is het verschil tussen een academisch ziekenhuis, een algemeen ziekenhuis en een particuliere kliniek?
Academische ziekenhuizen combineren patiëntenzorg met onderzoek en onderwijs. Algemene ziekenhuizen bieden brede zorg dicht bij huis, met een deel van de fertiliteitszorg ter plekke. Zelfstandige of particuliere klinieken richten zich op één vakgebied. Welk type bij jou past, hangt af van je vraag. Een mooie kliniek of een grote naam zegt niets over jouw kansen. Daarom is het verstandig om vragen te stellen, zoals je in de sectie over kwaliteit en cijfers leest.
Waarom verschillen wachttijden?
Wachttijden voor fertiliteitszorg verschillen per centrum en per periode. Dat komt door het aantal aanvragen, de beschikbaarheid van artsen, verpleegkundigen en embryologen, de capaciteit van het laboratorium en de aard van de behandeling. Ook de regio speelt mee. Vraag een centrum daarom naar de actuele situatie, en wees voorbereid dat de wachttijd per stap kan verschillen.
Waar kun je op letten bij de keuze voor een centrum?
De keuze voor een fertiliteitscentrum gaat om meer dan afstand. Je kunt letten op onderstaande punten, zonder dat daarmee één centrum beter of slechter wordt genoemd.
- Of het centrum de behandeling doet die je nodig hebt, en of het daarvoor een vergunning heeft.
- Hoe de begeleiding is geregeld: vaste contactpersoon, bereikbaarheid, aandacht voor psychische steun.
- Hoe de reisafstand is, omdat je tijdens een behandeling vaak op korte termijn controles hebt.
- Of het centrum open is over zijn werkwijze en resultaten, en uitlegt hoe je die moet lezen.
- Of je verzekeraar het centrum vergoedt en of vooraf toestemming nodig is, zoals bij de zorgverzekering staat.
Fertiliteitskliniek en fertiliteitsarts
Een fertiliteitskliniek, ook vruchtbaarheidskliniek of fertiliteitscentrum genoemd, is een plek waar artsen en andere specialisten onderzoek en behandeling bieden bij een kinderwens die niet lukt. Een fertiliteitsarts is een arts die zich in dat onderzoek en die behandelingen heeft gespecialiseerd.
Wat doet een fertiliteitsarts?
Een fertiliteitsarts onderzoekt wat er speelt, legt de opties uit en begeleidt behandelingen zoals ovulatie-inductie, IUI en IVF. In Nederland zijn dit vaak gynaecologen met een aandachtsgebied voortplantingsgeneeskunde, of artsen die in een team met zulke gynaecologen werken. Een fertiliteitsarts is geen apart soort kliniek maar een rol binnen een team.
Wie werken er nog meer in een fertiliteitscentrum?
- De embryoloog werkt in het laboratorium met eicellen, zaadcellen en embryo's.
- Een verpleegkundig specialist of fertiliteitsverpleegkundige begeleidt je in de praktijk, bijvoorbeeld bij echo's en uitleg over medicijnen.
- Soms denken een uroloog, psycholoog of klinisch geneticus mee.
Hoe kom je bij een fertiliteitscentrum terecht?
Meestal via de huisarts, die je na onderzoek doorverwijst naar een ziekenhuis. Dat kan een academisch ziekenhuis, een algemeen ziekenhuis of een gespecialiseerd centrum zijn. Voor ingrijpende behandelingen zoals IVF is een centrum nodig dat daarvoor een vergunning heeft. Lees meer in zorgstelsel en overheid en regels.
Waar kun je op letten bij het kiezen van een centrum?
Dit zijn punten om zelf over na te denken, geen aanbeveling voor een bepaald centrum:
- Heeft het centrum een vergunning voor de behandeling die je nodig hebt?
- Hoe ver is het van je woonplaats, en hoe vaak moet je er komen?
- Wat is de wachttijd voor een eerste afspraak?
- Hoe duidelijk legt het team de stappen uit, en kun je makkelijk vragen stellen?
- Past het bij je als er ook aandacht is voor de emotionele kant? Zie emotie en steun.
- Hoe meldt het centrum zijn resultaten? Zie kwaliteit en cijfers.
Wat gebeurt er bij een eerste afspraak?
Bij een eerste afspraak voert een arts of verpleegkundige een gesprek met jou en je partner over je cyclus, je gezondheid en hoe lang je al probeert. Vaak volgen lichamelijk onderzoek, een echo en bloedonderzoek. Bij de man hoort het zaadonderzoek erbij. Aan het eind bespreekt het team wat de volgende stap kan zijn. Neem vragen mee en schrijf ze op. Je mag altijd om uitleg vragen of een tweede mening overwegen.
Wat de overheid en de wet regelen rond fertiliteitszorg
De overheid regelt fertiliteitszorg via wetten over embryo's, donorgegevens en bijzondere medische verrichtingen, via toezicht op de kwaliteit van zorg en via de keuze welke zorg tot het basispakket hoort. Dat geeft zowel jou als de zorgverleners duidelijke kaders.
Welke wetten gelden voor fertiliteitszorg?
Meerdere wetten raken aan fertiliteitszorg. De drie bekendste zijn hieronder samengevat, in woorden die niet juridisch zijn bedoeld.
- De Embryowet bepaalt wat er met geslachtscellen (eicellen en zaadcellen) en embryo's mag gebeuren. Zij vraagt schriftelijke toestemming van de betrokkenen voor gebruik en bewaring, en verbiedt bijvoorbeeld het laten ontwikkelen van embryo's buiten het lichaam langer dan veertien dagen, het kiezen van het geslacht van een kind (met uitzonderingen bij ernstige erfelijke aandoeningen die aan het geslacht gebonden zijn) en het kweken van genetisch identieke mensen.
- De Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting regelt dat gegevens van donoren centraal worden vastgelegd en dat een kind uit donorzorg later informatie kan opvragen. Hoe dat werkt, lees je in de sectie rechten en privacy.
- De Wet op bijzondere medische verrichtingen maakt voor bepaalde zorg, waaronder IVF, een vergunning nodig. Zo bepaalt de overheid welke instellingen deze zorg mogen aanbieden.
Daarnaast gelden regels voor de veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal, zoals het veilig bewaren en traceren van eicellen, zaadcellen en embryo's.
Wie houdt toezicht op de kwaliteit?
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houdt toezicht op instellingen die handelingen uitvoeren met geslachtscellen en embryo's. De inspectie kan een instelling controleren en maatregelen nemen als regels niet worden nageleefd. Zorgverleners hebben daarnaast eigen professionele richtlijnen, bijvoorbeeld van de beroepsvereniging van gynaecologen.
Wat is het basispakket en wie bepaalt dat?
Het basispakket is de zorg die elke basisverzekering in Nederland moet vergoeden. De minister van Volksgezondheid beslist uiteindelijk welke zorg erin zit. Het Zorginstituut Nederland adviseert daarover en beoordeelt of zorg werkzaam en passend is. Voor fertiliteitszorg zijn de voorwaarden vastgelegd in de regels voor de zorgverzekering, onder meer over leeftijd en aantal pogingen. Wat dat in de praktijk betekent, vind je bij de zorgverzekering.
Hoe komen tarieven in de zorg tot stand?
De Nederlandse Zorgautoriteit stelt voor een deel van de ziekenhuiszorg maximumtarieven vast op basis van onderzoek naar wat zorg kost om te leveren. Voor een ander deel van de zorg spreken verzekeraars en zorgaanbieders onderling af wat zij hanteren. Verzekeraars leggen die afspraken vast in contracten met ziekenhuizen en klinieken, inclusief voorwaarden zoals toestemming vooraf. Daarom kan de manier waarop een behandeling wordt vergoed per centrum en per verzekeraar verschillen.
Zijn er regelingen voor specifieke groepen?
Voor vrouwen zonder mannelijke partner en zonder medische reden bestaat een aparte regeling voor kunstmatige inseminatie met donorzaad. Die staat los van de basisverzekering. Of je ervoor in aanmerking komt, hoor je bij het centrum of je verzekeraar. Wat de doelgroepen zijn, staat bij het begin van de uitleg. Deze regelingen kunnen veranderen, dus vraag altijd naar de actuele situatie.
Zo ondersteunt de zorgverzekering fertiliteitszorg
De basisverzekering vergoedt fertiliteitsbehandelingen alleen onder voorwaarden: er moet een medische reden zijn, de vrouw is in principe jonger dan 43 jaar en voor IVF geldt een maximum aantal pogingen. De polis en de verzekeraar bepalen uiteindelijk wat voor jou geldt.
Wat is een medische indicatie?
Een medische indicatie is een medische reden waarom een zwangerschap niet vanzelf ontstaat. Die reden kan aanwijsbaar zijn, bijvoorbeeld een afgesloten eileider of een lage zaadkwaliteit, maar ook onverklaard. Een arts stelt vast of er een indicatie is. Zonder medische reden valt de behandeling niet onder de basisverzekering. Dat geldt ook voor alleenstaande vrouwen en vrouwen met een vrouwelijke partner.
Wat vergoedt de basisverzekering?
- Oriënterend onderzoek. Het eerste fertiliteitsonderzoek wordt vergoed als de huisarts doorverwijst en de vrouw jonger is dan 43 jaar.
- Inseminatie (IUI). Onder voorwaarden vergoed, doorgaans een aantal behandelingen. De arts bepaalt hoeveel er passend zijn.
- IVF en ICSI. Onder voorwaarden vergoed, met een maximum aantal pogingen (zie hieronder). Meer over deze technieken lees je bij IVF en ICSI.
- Invriezen voor behandeling. Het invriezen van eigen eicellen of zaadcellen kan onder voorwaarden worden vergoed als een behandeling de vruchtbaarheid kan aantasten, zoals bepaalde operaties of chemotherapie. Zie ook eicellen invriezen en zaadcellen invriezen.
Hoeveel IVF-pogingen vergoedt de basisverzekering?
De basisverzekering vergoedt maximaal drie IVF-pogingen per doorgaande zwangerschap. Na een doorgaande zwangerschap is er opnieuw recht op een set van drie pogingen, mits er een medische indicatie is en de vrouw jonger is dan 43 jaar. Zonder doorgaande zwangerschap na drie pogingen vallen nieuwe pogingen buiten de basisverzekering.
Wat is een IVF-poging?
Een IVF-poging begint op het moment dat een follikelpunctie lukt, dus wanneer de eicellen zijn opgehaald. Dat geldt ook als achteraf blijkt dat de eicellen niet bruikbaar zijn. Een poging omvat de hormoonbehandeling, de punctie, de bevruchting en één of meer terugplaatsingen van verse of ingevroren embryo's. Zij eindigt bij een doorgaande zwangerschap of wanneer alle beschikbare embryo's zijn teruggeplaatst zonder doorgaande zwangerschap.
Tot welke leeftijd wordt IVF vergoed?
De basisverzekering vergoedt vruchtbaarheidszorg voor vrouwen tot de leeftijd van 43 jaar. Is een IVF-poging gestart voordat de vrouw 43 werd, dan wordt die poging ook daarna nog vergoed. Een nieuwe behandeling die pas na het bereiken van 43 begint, valt buiten het basispakket.
Wat valt doorgaans niet in het basispakket?
- Behandeling zonder medische reden.
- Behandeling die begint vanaf de leeftijd van 43 jaar.
- Zorg voor de donor zelf bij donatie van eicellen of zaadcellen, en voor de draagmoeder bij IVF-draagmoederschap. De zorg voor de wensmoeder of de ontvanger valt wel onder de voorwaarden van het pakket.
- Bijzondere extra's die een verzekeraar niet tot de basisverzekering rekent.
Wat is het verschil tussen basisverzekering en aanvullende verzekering?
De basisverzekering is verplicht en voor iedereen gelijk in wat er minimaal wordt vergoed. Een aanvullende verzekering is vrijwillig en verschilt per verzekeraar en polis. Sommige polissen bieden aanvullende voorwaarden voor vruchtbaarheidszorg. Lees de polisvoorwaarden dus goed en vraag je verzekeraar om uitleg.
Heb je vooraf toestemming van de verzekeraar nodig?
Soms. Verzekeraars kunnen vooraf een machtiging of toestemming vragen voor bepaalde behandelingen. Je centrum of gynaecoloog helpt vaak met de aanvraag. Vraag het in elk geval vóór je start, zodat je weet welke stappen nodig zijn en welke aanvullende voorwaarden gelden voor jouw polis.
Let op: het beleid kan van jaar tot jaar wijzigen. De polis en de verzekeraar zijn altijd leidend voor wat er voor jou geldt.
Kwaliteit en cijfers: resultaten van centra vergelijken
Fertiliteitscentra in Nederland leggen hun behandelingen en uitkomsten vast in een landelijke registratie, maar de resultaten van centra zijn lastig één op één te vergelijken omdat de patiëntengroepen verschillen. Lees cijfers daarom met zorg en vraag het centrum zelf om uitleg.
Hoe registreren centra hun resultaten?
Centra met een IVF-vergunning leggen gegevens over behandelingen en uitkomsten vast in een gezamenlijke landelijke registratie, die onder de beroepsvereniging van gynaecologen valt. Daarmee zijn gegevens uit verschillende centra op een gelijke manier verzameld. De uitkomsten worden periodiek gepubliceerd, zodat zorgverleners en patiënten kunnen zien hoe centra werken en waar verbeteringen mogelijk zijn. Daarnaast gebruiken centra systemen om de zorg per patiënt vast te leggen.
Waarom kun je centra niet zomaar met elkaar vergelijken?
Een centrum dat vooral oudere vrouwen of mensen met een lange kinderwens behandelt, kan een lagere uitkomst hebben zonder dat het slechter werkt. Uitkomsten hangen namelijk samen met de leeftijd, hoelang iemand al probeert zwanger te worden, eerdere zwangerschappen en eerdere behandelingen. Ook het type behandelingen dat een centrum aanbiedt kan verschillen. Daarom zegt een enkele score weinig over de kwaliteit van de zorg.
Waar let je op bij het lezen van uitkomsten?
- Kijk of de patiëntengroep bij jouw situatie past, bijvoorbeeld qua leeftijd.
- Wees voorzichtig met kleine verschillen: die kunnen toeval zijn, vooral bij weinig behandelingen per centrum.
- Kijk naar meerdere jaren, niet naar één jaar.
- Let op wat er precies wordt geteld: een behandeling, een poging of een zwangerschap die doorgaat.
- Bespreek de cijfers met je arts, die jouw persoonlijke situatie kan meenemen.
Welke andere kwaliteitsinformatie bestaat er?
Naast uitkomsten zijn er andere kenmerken van goede zorg: heldere informatie, een vaste contactpersoon, aandacht voor de psychische kant van een kinderwens en een duidelijke werkwijze bij vragen en klachten. Ervaringen van andere patiënten kunnen een aanvulling zijn, maar geven een persoonlijk beeld. Meer over de rollen van de betrokkenen lees je bij fertiliteit in Nederland in één blik.
Fertiliteitsbehandeling in het buitenland
Fertiliteitsbehandeling in het buitenland betekent dat je een behandeling in een ander land laat uitvoeren, waar de regels, de mogelijkheden en de afspraken over nazorg anders kunnen zijn dan in Nederland. Dat vraagt dus extra voorbereiding.
Waarom overwegen mensen behandeling in het buitenland?
Mensen kiezen om uiteenlopende redenen voor een behandeling over de grens. Soms is een bepaalde behandeling in Nederland niet toegestaan of niet beschikbaar. Soms is de wachttijd in een ander land korter, of is er een groter aanbod aan donoren. Ook persoonlijke omstandigheden spelen mee, zoals een wens naar een andere aanpak of een kliniek die bij je past. Daarbij blijft het van belang om alle gevolgen te overzien.
Waar kun je op letten?
- Wetgeving. Elk land heeft eigen regels over wat is toegestaan, zoals de leeftijd van de vrouw, het aantal embryo's dat wordt teruggeplaatst en het gebruik van donorcellen.
- Donorregels en anonimiteit. In Nederland worden donorgegevens centraal vastgelegd. In andere landen kan de donor anoniem zijn, of gelden andere regels over informatie voor het kind. Meer over de Nederlandse situatie staat bij rechten en privacy en donorzorg.
- Nazorg. Vraag hoe controles en complicaties worden afgehandeld, ook na terugkeer, en wie je medische gegevens overdraagt aan je eigen arts.
- Juridisch ouderschap. Hoe het ouderschap wordt vastgesteld, kan afhangen van het land en van de situatie. Vraag dit na voor je begint.
- Veiligheid en kwaliteit. Het toezicht en de eisen aan laboratoria en klinieken verschillen per land. Vraag naar vergunningen, werkwijze en resultaten, en let op de manier waarop de kliniek over haar mogelijkheden spreekt.
- Vergoeding. Of je verzekeraar iets vergoedt van een behandeling in het buitenland, hangt van je polis af. Vraag het vooraf na.
Is behandeling in het buitenland veilig?
Dat verschilt per kliniek en per land, en is niet in het algemeen te beantwoorden. In sommige landen is het toezicht goed geregeld, in andere minder. Zoek informatie over de betreffende kliniek en bespreek je plannen vooraf met je eigen arts. Zo weet je welke gegevens en onderzoeken je mee moet nemen en hoe de nazorg thuis wordt geregeld. Een kliniek aanbevelen of afraden doen we hier niet.
Rechten en privacy bij fertiliteitszorg
Als patiënt in de fertiliteitszorg heb je rechten op inzage in je dossier, op informatie en op toestemming bij alles wat met je cellen en embryo's gebeurt, en een kind uit donorzorg kan later gegevens over de donor opvragen.
Wat zijn je rechten rond je dossier?
Je hebt recht op inzage in je medisch dossier en op een kopie, ook in elektronische vorm. Je kunt vragen om een correctie als er iets niet klopt. In bijzondere gevallen kan een arts weigeren om gegevens te vernietigen of te tonen, bijvoorbeeld als de privacy van een ander in het geding is. In de regel bewaart een zorgverlener een dossier twintig jaar na de laatste wijziging, en soms langer als dat nodig is voor goede zorg of vanwege een andere wettelijke regel.
Wie geeft toestemming bij embryo's en geslachtscellen?
Bij embryo's beslissen de betrokkenen samen. De Embryowet vraagt een schriftelijke toestemming, na goede informatie en met voldoende bedenktijd. Zolang embryo's of geslachtscellen niet zijn gebruikt, kan toestemming worden ingetrokken. Bij een verschil van mening tussen de betrokkenen wordt een embryo niet beschikbaar gesteld voor gebruik. Bij het beschikbaar stellen van cellen is een donor niet bedoeld om geld te verdienen: er mag alleen een vergoeding zijn voor de directe uitgaven.
Hoe lang worden embryo's bewaard?
De Embryowet noemt geen vaste maximumtermijn. De bewaartermijn en wat er daarna gebeurt, worden vastgelegd in afspraken tussen jou en het centrum. Veel centra gebruiken daarvoor een bewaarovereenkomst, waarin staat of je de embryo's wilt laten vernietigen, overdragen aan een ander centrum of beschikbaar stellen voor onderzoek. Lees die afspraken zorgvuldig en houd rekening met de termijnen. Meer over de technieken staat bij IVF.
Mag een kind weten wie de donor is?
Een kind dat is verwekt met donorzaad of een donoreicel, kan gegevens over de donor opvragen. De Wet donorgegevens bepaalt dat ouders en het kind niet-herleidbare gegevens opvragen, zoals lichamelijke en sociale kenmerken. Vanaf zestien jaar kan het kind ook gegevens opvragen waarmee de donor te herkennen is. De gegevens worden centraal beheerd door een College dat de donorgegevens van Nederlandse donoren bewaart, en zij gelden voor behandelingen in Nederland. De regels rond leeftijdsgrenzen worden in politiek en onderzoek besproken. Controleer dus de actuele stand. Meer over donoren vind je bij donorzorg.
Hoe wordt juridisch ouderschap geregeld?
Wie juridisch ouder is, hangt af van de situatie. De vrouw die het kind baart is automatisch juridisch moeder. Voor een tweede ouder kan het gaan om erkenning, of bij een vrouwelijk paar om het zogenoemde duomoederschap. Bij een onbekende donor en een huwelijk of geregistreerd partnerschap kan de partner van de moeder bij de geboorte automatisch juridisch ouder worden, mits wordt aangetoond dat de donor onbekend is. Bij een bekende donor is meestal een erkenning of adoptie nodig. Een kind kan niet meer dan twee juridische ouders hebben. Dit is een algemeen beeld en geen advies: laat je bij vragen voorlichten door de gemeente, een notaris of een jurist.
Fertiliteit in Nederland in één blik
De wereld van fertiliteit in Nederland bestaat uit zorgverleners, donorinstanties, verzekeraars, toezichthouders en patiëntenverenigingen, die elk een eigen taak hebben en samen een keten vormen rond een kinderwens.
Wie doet wat?
- De huisarts is het eerste aanspreekpunt, doet het eerste onderzoek en verwijst door.
- De gynaecoloog doet vervolgonderzoek, stelt het behandelplan op en voert behandelingen als IUI uit of begeleidt het traject richting IVF.
- De embryoloog werkt in het laboratorium met eicellen, zaadcellen en embryo's, en voert de bevruchting en het kweken van embryo's uit.
- De verpleegkundig specialist en de verpleegkundige begeleiden je tijdens de behandeling, leggen medicijnen en injecties uit en zijn vaak je dagelijkse contactpersoon.
- De psycholoog of maatschappelijk werker helpt bij de emotionele kant van een kinderwens, wachten, tegenslag en keuzes.
- De uroloog of andrologie-arts kijkt bij mannen naar zaadkwaliteit en mogelijke oorzaken.
- Donorbanken en donorinstanties werken met donoren, volgens de Nederlandse regels over donorgegevens. Meer over donorzorg staat bij donorzorg.
- Patiëntenverenigingen bieden lotgenotencontact, informatie en belangenbehartiging.
- Onderzoekers en beroepsverenigingen ontwikkelen kennis en richtlijnen, waar zorgverleners hun werkwijze op baseren.
- Zorgverzekeraars, toezichthouders en overheid bepalen de voorwaarden voor vergoeding, het toezicht en de wet- en regelgeving. Zie de rol van de overheid en de zorgverzekering.
Hoe hangen de onderdelen samen?
De keten begint meestal bij je kinderwens en de huisarts. Daarna komen onderzoek, behandeling en eventueel donorzorg of invriezen van cellen aan bod. Zorgverleners werken samen binnen een centrum, tussen ziekenhuizen onderling en met laboratoria. Regels en toezicht zorgen dat de zorg veilig gebeurt, terwijl verzekeraars bepalen wat vergoed wordt. Je begrijpt dat geheel beter als je ook de uitleg over wat fertiliteit is en de behandelingen leest.
Welke vragen kun je bij welke schakel stellen?
- Bij de huisarts: Wanneer is onderzoek zinvol? Welke onderzoeken gebeuren eerst? Wanneer volgt een verwijzing?
- Bij de gynaecoloog: Welke behandeling past bij mijn situatie? Wat zijn de kansen en risico's? Hoeveel pogingen zijn gebruikelijk?
- Bij de embryoloog of het laboratorium: Wat gebeurt er met mijn cellen en embryo's? Hoe worden ze bewaard en hoe lang?
- Bij de verpleegkundige: Hoe gebruik ik de medicijnen? Wat kan ik verwachten tijdens de behandeling?
- Bij de psycholoog: Hoe ga ik om met de spanning, de tegenslagen en de keuzes in dit traject?
- Bij je verzekeraar: Wat vergoedt mijn polis, en heb ik vooraf toestemming nodig?
- Bij een patiëntenvereniging: Hoe ervaren anderen dit traject en welke tips hebben zij?
Een vraag die onduidelijk blijft, kun je altijd opnieuw stellen. Meer termen vind je in de woordenlijst.
Deel 4 van 4
Begrippen
De vaktaal van de fertiliteitszorg kort uitgelegd.
Woordenlijst fertiliteit
Een woordenlijst fertiliteit legt de belangrijkste begrippen uit die je tegenkomt bij onderzoek en behandeling. Hieronder staan ze op alfabet.
- AMH
- Anti-Müllerhormoon, een hormoon dat door kleine follikels wordt gemaakt. De hoeveelheid in het bloed zegt iets over de hoeveelheid eicellen in reserve, maar niet over de kwaliteit.
- Antagonist
- Een medicijn dat tijdens de stimulatie voorkomt dat de eisprong te vroeg plaatsvindt.
- Basale temperatuur
- De lichaamstemperatuur in rust, die rond de eisprong iets stijgt. Wordt soms gebruikt om de cyclus te volgen.
- Blastocyst
- Een embryo in een later stadium van ontwikkeling, met een binnenkant en een buitenlaag.
- Cryo
- Kort voor ingevroren, bijvoorbeeld een cryo-embryo of een cryo-terugplaatsing.
- Cyclus
- De periode van de eerste dag van de menstruatie tot de volgende, waarin een eicel rijpt en vrijkomt.
- Donorgegevens
- De vastgelegde gegevens van een donor, die een kind later kan opvragen.
- Doorgaande zwangerschap
- Een zwangerschap die voorbij de eerste fase is gekomen en zich verder ontwikkelt, vaak vastgesteld met een echo.
- Eicelpunctie
- De ingreep waarbij eicellen met een dunne naald uit de eierstokken worden gehaald.
- Eisprong
- Het moment waarop een rijpe eicel uit de eierstok vrijkomt. Ook ovulatie genoemd.
- Embryo
- Een bevruchte eicel die zich begint te delen en te ontwikkelen.
- Embryoloog
- Een specialist in het laboratorium die eicellen en embryo's behandelt en beoordeelt.
- Embryotransfer
- Het terugplaatsen van een embryo in de baarmoeder.
- Endometrium
- Het slijmvlies van de baarmoeder, waarin een embryo zich kan innestelen.
- FSH
- Follikelstimulerend hormoon, het hormoon dat follikels laat groeien. Het wordt ook als medicijn gebruikt.
- Follikel
- Een vochtblaasje in de eierstok waarin een eicel rijpt.
- Gestarte cyclus
- Een behandelcyclus waarin de stimulatie is begonnen, ook als er daarna geen punctie of terugplaatsing volgt.
- ICSI
- Intracytoplasmatische sperma-injectie: één zaadcel wordt in een eicel gebracht.
- Innesteling
- Het moment waarop een embryo zich vastzet in het baarmoederslijmvlies.
- IUI
- Intra-uteriene inseminatie: bewerkt zaad wordt in de baarmoeder gebracht.
- IVF
- In-vitrofertilisatie: bevruchting van eicellen in het laboratorium.
- KID
- Kind met identiteitsgegevens van de donor: een donor van wie het kind later de identiteit kan opvragen.
- LH
- Luteïniserend hormoon, dat de eisprong in gang zet.
- Medische indicatie
- Een medische reden waarom een behandeling of onderzoek nodig is.
- Meerlingzwangerschap
- Een zwangerschap met meer dan één kind, zoals een tweeling.
- Menstruatiecyclus
- Zie cyclus.
- OHSS
- Ovarieel hyperstimulatiesyndroom: een te sterke reactie van de eierstokken op hormonen.
- Ovulatie-inductie
- Het opwekken of sturen van de eisprong met medicijnen.
- PCOS
- Polycysteus-ovariumsyndroom, een aandoening waarbij de eisprong vaak onregelmatig is.
- PESA
- Percutane epididymale spermaaspiratie: zaadcellen worden met een naald uit de bijbal gehaald.
- PGT
- Preïmplantatie genetische test: onderzoek van embryo's op een erfelijke aandoening voor de terugplaatsing.
- Poging
- Eén behandelcyclus, van de start van de behandeling tot de zwangerschapstest.
- Primaire onvruchtbaarheid
- Onvruchtbaarheid bij iemand die nog nooit zwanger is geweest.
- Progesteron
- Een hormoon dat het baarmoederslijmvlies voorbereidt en ondersteunt na de eisprong.
- Secundaire onvruchtbaarheid
- Onvruchtbaarheid bij iemand die eerder wel zwanger is geweest of een kind heeft gekregen.
- Social freezing
- Het invriezen van eicellen zonder medische reden, om later zwanger te kunnen worden.
- Subfertiliteit
- Verminderde vruchtbaarheid, waarbij zwanger worden meer tijd of extra hulp vraagt.
- TESE
- Testiculaire spermaextractie: zaadcellen worden uit een stukje zaadbalweefsel gehaald.
- Vitrificatie
- Een zeer snelle manier van invriezen waarbij eicellen of embryo's glasachtig worden, zonder ijskristallen.
- Zaadanalyse
- Onderzoek van zaad op aantal, beweeglijkheid en vorm van de zaadcellen.
Vragen
Veelgestelde vragen over fertiliteit
123 vragen en korte antwoorden, per onderwerp gerangschikt.
Zwanger worden en vruchtbaarheid
Wat is fertiliteit?
Fertiliteit is het vermogen om zwanger te worden of iemand zwanger te maken. In gewone taal heet dat vruchtbaarheid. In de zorg gebruikt men het woord fertiliteit voor onderzoek en behandeling wanneer een kinderwens niet vanzelf lukt.
Wat is het verschil tussen subfertiliteit en onvruchtbaarheid?
Subfertiliteit betekent dat zwanger worden langer duurt dan gemiddeld, maar nog wel kan lukken. Onvruchtbaarheid betekent dat een zwangerschap niet ontstaat. Volledige onvruchtbaarheid komt minder vaak voor dan verminderde vruchtbaarheid, daarom spreken artsen vaak van subfertiliteit.
Wat is fertiliteitszorg?
Fertiliteitszorg is alle medische hulp bij een onvervulde kinderwens. Het omvat uitleg, onderzoek naar de reden dat een zwangerschap uitblijft, behandelingen en het bewaren van eicellen, zaadcellen of embryo's. Ook zorg met donorcellen valt eronder.
Wie werken er in de fertiliteitszorg?
In de fertiliteitszorg werken huisartsen, gynaecologen, fertiliteitsartsen, urologen, embryologen in het laboratorium, verpleegkundigen en psychologen samen. De huisarts is meestal het eerste aanspreekpunt en verwijst door naar een fertiliteitscentrum als dat nodig is.
Hoe werkt de menstruatiecyclus?
De menstruatiecyclus loopt van de eerste dag van een bloeding tot de dag voor de volgende bloeding. Hormonen laten een eicel rijpen, het baarmoederslijmvlies dikker worden en zorgen halverwege voor de eisprong. Komt er geen zwangerschap, dan volgt een nieuwe menstruatie.
Wanneer vindt de eisprong plaats?
De eisprong vindt ongeveer twee weken vóór de volgende menstruatie plaats. Bij een regelmatige cyclus is dat ongeveer halverwege. Bij een kortere of langere cyclus verschuift het moment mee. Daarom is het precieze tijdstip per vrouw en per maand verschillend.
Wanneer is de kans om zwanger te worden het grootst?
De kans om zwanger te worden is het grootst in de dagen vlak vóór de eisprong. Zaadcellen leven een paar dagen in het lichaam van de vrouw. Ongeveer om de twee tot drie dagen vrijen is meestal genoeg om het vruchtbare moment te dekken.
Hoe lang duurt het voordat je zwanger wordt?
Zwanger worden duurt vaak maanden. Bij vrouwen van 35 jaar en jonger die regelmatig vrijen, lukt het ongeveer zeven van de tien keer binnen een half jaar en ongeveer acht van de tien binnen een jaar. Daarom wordt meestal eerst een jaar gewacht voordat onderzoek begint.
Wat is innesteling?
Innesteling is het moment waarop een embryo zich vastzet in het slijmvlies van de baarmoeder, ongeveer enkele dagen na de bevruchting. Pas na een geslaagde innesteling spreken we van een zwangerschap. Veel bevruchte eicellen nestelen zich niet in, vaak zonder dat iemand dat merkt.
Hoe verandert vruchtbaarheid met de leeftijd?
Bij vrouwen neemt de vruchtbaarheid vanaf ongeveer 30 jaar stapsgewijs af, na 35 jaar sneller, omdat het aantal en de kwaliteit van eicellen daalt. Bij mannen verandert de zaadkwaliteit ook met de leeftijd, maar trager en minder voorspelbaar dan bij vrouwen.
Wat zijn veelvoorkomende oorzaken van verminderde vruchtbaarheid bij vrouwen?
Veelvoorkomende oorzaken bij vrouwen zijn een uitblijvende of onregelmatige eisprong, bijvoorbeeld door PCOS of schildklierproblemen, beschadigde eileiders, endometriose, afwijkingen aan de baarmoeder en een lagere eicelvoorraad. Ook de leeftijd speelt een belangrijke rol.
Wat is PCOS en kun je dan zwanger worden?
PCOS, polycysteus ovariumsyndroom, is een hormonale aandoening waarbij de eisprong onregelmatig is of wegblijft. Veel mensen met PCOS worden toch zwanger, vaak met begeleiding of behandeling. Een arts bespreekt welke aanpak bij jouw situatie past.
Wat is endometriose en heeft het invloed op vruchtbaarheid?
Endometriose is een aandoening waarbij weefsel dat lijkt op baarmoederslijmvlies buiten de baarmoeder groeit. Het kan pijn geven en de vruchtbaarheid verminderen, bijvoorbeeld door beschadigde eileiders. Het kan ook zonder klachten bestaan en pas bij vruchtbaarheidsonderzoek opvallen.
Wat zijn oorzaken van verminderde vruchtbaarheid bij mannen?
Bij mannen liggen oorzaken vaak in het zaad: weinig zaadcellen, zaadcellen die slecht bewegen of geen zaadcellen. Daarnaast spelen hormonale of erfelijke oorzaken, een blokkade in de zaadleiders, infecties, een niet-ingedaalde teelbal of een eerdere ziektebehandeling een rol. Een zaadonderzoek geeft duidelijkheid.
Wat betekent onverklaarde onvruchtbaarheid?
Onverklaarde onvruchtbaarheid betekent dat na onderzoek bij beide partners geen duidelijke reden is gevonden voor het uitblijven van een zwangerschap. Het zegt niet dat het nooit lukt. Veel paren worden alsnog zwanger, vanzelf of met een behandeling die de kans vergroot.
Hoe bereken je je eisprong?
Je eisprong bereken je door terug te tellen vanaf de dag waarop je de volgende menstruatie verwacht. Bij een regelmatige cyclus is de eisprong ongeveer twee weken daarvoor. Noteer een paar maanden de eerste dag van je menstruatie. Bij een onregelmatige cyclus is de eisprong lastig te voorspellen.
Hoe merk je dat je een eisprong hebt?
Sommige vrouwen merken de eisprong aan meer helder vaginaal slijm, een trekkend gevoel in de onderbuik of een klein beetje bloed. Niet iedereen merkt iets. Lichaamssignalen zijn daarom niet nauwkeurig genoeg om er alleen op te vertrouwen.
Hoe werkt een ovulatietest?
Een ovulatietest meet in je urine het hormoon LH. Kort voor de eisprong stijgt de hoeveelheid LH sterk, en de test laat die stijging zien. Gebruik de test volgens de gebruiksaanwijzing van het merk. De test toont niet of er echt een eicel is vrijgekomen.
Is een eisprong test betrouwbaar?
Een eisprong test laat een stijging van LH zien, maar niet of de eisprong echt volgt. Bij een onregelmatige cyclus is hij lastiger te gebruiken. Zie hem als hulpmiddel, niet als bewijs. Twijfel je, bespreek het dan met de huisarts.
Wanneer ben je het meest vruchtbaar?
Het vruchtbare venster is het deel van de cyclus waarin vrijen tot een zwangerschap kan leiden. De kans is het grootst in de dagen vóór de eisprong en op de dag zelf, omdat zaadcellen enkele dagen in leven blijven. Vrijen om de twee à drie dagen is meestal genoeg.
Hoe lang moet je de eisprong volgen?
Je hoeft de eisprong niet eindeloos te volgen. Het kan veel druk geven. Lukt zwanger worden na ongeveer een jaar niet, of weet je niet of je een eisprong hebt, ga dan naar de huisarts. Blijft je menstruatie lang weg, ga dan eerder.
Wat betekent PCOS?
PCOS staat voor polycysteus ovariumsyndroom. Het is een hormonale aandoening waarbij de eisprong minder vaak of onregelmatig plaatsvindt. De naam komt van de kleine blaasjes die je soms op een echo van de eierstokken ziet.
Kun je met PCOS zwanger worden?
Ja, met PCOS kun je zwanger worden, maar het kan langer op zich laten wachten omdat de eisprong onregelmatig is. Heb je af en toe een eisprong, dan kan het ook zonder behandeling. Hoe groot de kans is, laat zich per persoon niet zeggen.
Hoe stelt een arts PCOS vast?
Een arts stelt PCOS vast door te kijken naar je klachten en je cyclus, meestal aangevuld met bloedonderzoek naar hormonen en een echo van de eierstokken. De arts sluit ook andere oorzaken uit. Een test thuis kan de diagnose niet stellen.
Helpt afvallen bij PCOS en zwanger worden?
Bij overgewicht kan afvallen helpen. Veel vrouwen met PCOS krijgen dan vanzelf weer een eisprong. Een gezond gewicht maakt een zwangerschap ook veiliger. Bespreek met je huisarts hoe je dit aanpakt, eventueel met hulp van een diëtist of leefstijlcoach.
Welke behandeling is er bij PCOS als je zwanger wilt worden?
Bij PCOS en een kinderwens zijn er leefstijladvies, medicijnen die de eisprong op gang brengen en, als dat niet genoeg is, IUI of IVF. Welke stap past, hangt van je situatie af. Dat bespreek je met je huisarts of gynaecoloog.
Kunnen lesbische vrouwen in Nederland fertiliteitsbehandeling krijgen?
Ja, lesbische paren kunnen in Nederland hulp krijgen bij het zwanger worden. Zij hebben zaad van een donor nodig, via een bekende donor of via een kliniek. Welke techniek past, hangt af van de medische situatie. Een arts bespreekt de mogelijkheden en de bijbehorende regels.
Kan een alleenstaande vrouw een kind krijgen met donorzaad?
Ja, een alleenstaande vrouw kan met donorzaad zwanger worden, vaak via een fertiliteitscentrum. Daarbij spelen de keuze van een donor, medische begeleiding en juridische vragen over afstamming en ouderschap een rol. Een gesprek met een fertiliteitsarts geeft overzicht van de mogelijkheden.
Kunnen transgender personen hun vruchtbaarheid bewaren?
Veel transgender personen kunnen vóór een hormonale of operatieve transitie eicellen of zaadcellen laten invriezen. Zo blijft de mogelijkheid op een eigen biologisch kind open. Dit bespreek je het beste vroeg met een arts, omdat sommige stappen in de transitie de vruchtbaarheid verminderen.
Wat is secundaire onvruchtbaarheid?
Secundaire onvruchtbaarheid betekent dat iemand al een kind heeft gekregen, maar nu niet opnieuw zwanger wordt. Het komt vaker voor dan veel mensen denken. De oorzaken lijken op die bij een eerste kinderwens. Leeftijd, een eerdere operatie of een nieuwe aandoening kan meespelen.
Wanneer ga je naar de huisarts als het niet lukt om zwanger te worden?
Meestal na ongeveer een jaar proberen met regelmatig vrijen. Ben je 38 jaar of ouder, of heb je klachten of een bekende oorzaak, zoals een zeer onregelmatige cyclus of een eerdere ingreep, dan kun je eerder terecht. Bespreek je situatie met de huisarts.
Welk onderzoek volgt als je niet zwanger wordt?
Het onderzoek begint met een gesprek en lichamelijk onderzoek. Daarna volgen vaak onderzoek naar de eisprong, naar de eileiders en baarmoeder, en een zaadonderzoek bij de man. Zo wordt gekeken of de oorzaak bij de vrouw, de man of beiden ligt.
Wat gebeurt er bij een zaadonderzoek?
Bij een zaadonderzoek geeft de man een zaadmonster af, dat in het laboratorium wordt bekeken. Het laboratorium kijkt naar het aantal zaadcellen, hun beweeglijkheid en hun vorm. Omdat de kwaliteit kan wisselen, kan het onderzoek herhaald worden.
Wat is een vruchtbaarheidstest?
Een vruchtbaarheidstest is een test die iets zegt over je vruchtbaarheid, bijvoorbeeld een hormoontest of een zaadtest. Thuistesten geven een aanwijzing, geen compleet beeld. Een vruchtbaarheidsonderzoek bij de huisarts of in het ziekenhuis is uitgebreider en gaat over beide partners.
Wanneer is een vruchtbaarheidsonderzoek nodig?
Een vruchtbaarheidsonderzoek is meestal nodig als zwanger worden na ongeveer een jaar proberen niet lukt. Eerder kan bij een duidelijke reden, zoals een heel onregelmatige cyclus of een bekend probleem. Bespreek het eerst met je huisarts.
Wat houdt een fertiliteitsonderzoek in?
Een fertiliteitsonderzoek bestaat bij de vrouw uit een gesprek, lichamelijk onderzoek, een echo en bloedonderzoek, soms met onderzoek van de eileiders. Bij de man hoort een zaadonderzoek erbij. Het onderzoek in het ziekenhuis is meestal na enkele weken afgerond.
Wat is AMH?
AMH is het anti-Müllerhormoon, een stof in het bloed die samenhangt met het aantal kleine eiblaasjes in de eierstokken. Het wordt gezien als een maat voor de eicelvoorraad. Het voorspelt niet goed of je vanzelf zwanger wordt, dus het is geen vast onderdeel van het eerste onderzoek.
Hoe gaat een zaadonderzoek?
Bij een zaadonderzoek vang je zaad op in een potje van de huisartsenpraktijk, niet in een condoom. Het moet binnen een uur in het laboratorium zijn. Daar kijkt men onder de microscoop naar aantal, vorm en beweging van de zaadcellen. De uitslag komt na enkele weken.
Kan roken invloed hebben op vruchtbaarheid?
Ja, roken kan de vruchtbaarheid van zowel vrouwen als mannen verminderen. Het is schadelijk voor eicellen en zaadcellen. Stoppen met roken is ook beter voor een eventuele zwangerschap en het kind. De huisarts kan helpen bij stoppen.
Beïnvloedt alcohol de kans om zwanger te worden?
Veel alcohol kan de vruchtbaarheid van vrouwen en mannen verminderen. Tijdens een zwangerschap wordt alcohol afgeraden. Wie zwanger wil worden, kiest daarom vaak om alcohol te beperken of weg te laten. Praat met je huisarts als je daar hulp bij wilt.
Heeft gewicht invloed op vruchtbaarheid?
Ja, zowel sterk ondergewicht als overgewicht kan de eisprong en de zaadkwaliteit beïnvloeden. Een gezond gewicht verhoogt de kans op een zwangerschap, maar het is geen garantie. Bespreek met je huisarts wat in jouw situatie zinvol is, zonder vooraf een streefgewicht te halen.
Kan stress voorkomen dat je zwanger wordt?
Langdurige, zware stress kan de cyclus verstoren en de lust om te vrijen verminderen. Stress is meestal niet de enige reden dat het niet lukt. Ontspanning is goed voor je welzijn, maar vervangt geen onderzoek wanneer zwanger worden lang uitblijft.
Waar vind je steun bij een onvervulde kinderwens?
Steun vind je bij de huisarts, een psycholoog of maatschappelijk werker, vaak ook binnen het fertiliteitscentrum zelf. Daarnaast bieden patiëntenverenigingen en lotgenotencontact herkenning en praktische informatie. Ook vrienden of familie die je vertrouwt kunnen helpen. Hulp zoeken is een teken van zelfzorg.
Moet je elke dag vrijen om zwanger te worden?
Nee, dagelijks vrijen is niet nodig. Ongeveer om de twee tot drie dagen is meestal voldoende, omdat zaadcellen een paar dagen in het lichaam van de vrouw kunnen leven. Dagelijks plannen kan juist druk geven en de lol in het vrijen verminderen.
Ligt het uitblijven van een zwangerschap altijd aan de vrouw?
Nee. De oorzaak ligt bij de vrouw, bij de man, bij beiden of blijft onbekend. Daarom kijkt het onderzoek bij een uitblijvende zwangerschap altijd naar beide partners, ook wanneer er maar één persoon met de huisarts praat.
Behandelingen en technieken
In welke volgorde worden vruchtbaarheidsbehandelingen gegeven?
Vruchtbaarheidsbehandelingen gaan meestal van licht naar zwaar: eerst afwachten en begeleiden, dan medicijnen voor de eisprong, daarna inseminatie (IUI) en tot slot IVF of ICSI. Niet iedereen doorloopt alle stappen. De arts kijkt naar oorzaak, leeftijd en de situatie van het paar.
Wat is ovulatie-inductie?
Ovulatie-inductie is een behandeling waarbij medicijnen, tabletten of injecties met hormonen, de eisprong op gang brengen of sturen. Het wordt vooral gebruikt bij vrouwen met een onregelmatige of ontbrekende eisprong, bijvoorbeeld bij PCOS. Het doel is dat er een rijpe eicel vrijkomt.
Welk risico heeft ovulatie-inductie?
Het belangrijkste risico van ovulatie-inductie is dat er meer dan één eicel rijpt, waardoor een meerlingzwangerschap kan ontstaan. Daarom wordt de behandeling gevolgd met echo's. Mogelijke bijwerkingen zijn verder stemmingswisselingen, vermoeidheid en een gespannen gevoel in de buik.
Wat is IUI?
IUI, intra-uteriene inseminatie, is een behandeling waarbij bewerkt zaad rond de eisprong met een dun slangetje in de baarmoeder wordt gebracht. De bevruchting vindt daarna plaats in het lichaam. De behandeling kan met of zonder hormonen worden gedaan.
Doet een IUI pijn?
Een IUI voelt voor de meeste vrouwen vergelijkbaar met een uitstrijkje. Het inbrengen van het slangetje is kort en vraagt geen verdoving. Sommige vrouwen voelen daarna een lichte kramp. Ervaringen verschillen per persoon.
Wat is IUI met donorzaad?
IUI met donorzaad is een inseminatie waarbij zaad van een donor wordt gebruikt in plaats van zaad van een partner. Het kan een keuze zijn voor vrouwen zonder partner, lesbische paren of stellen waarbij de man geen bruikbare zaadcellen heeft.
Wat is IVF?
IVF, in-vitrofertilisatie, is een behandeling waarbij eicellen buiten het lichaam, in het laboratorium, worden bevrucht met zaadcellen. Het ontstane embryo wordt daarna in de baarmoeder geplaatst. Het woord betekent letterlijk bevruchting in glas.
Wat zijn de stappen van een IVF-behandeling?
Een IVF-behandeling bestaat uit stimulatie van de eierstokken met hormoonprikken, controle met echo's, een rijpingsprik, de eicelpunctie, bevruchting in het laboratorium, het kweken van embryo's, de terugplaatsing van een embryo en tot slot een wachttijd tot de zwangerschapstest.
Hoe werkt een eicelpunctie?
Bij een eicelpunctie haalt de arts onder echobegeleiding met een dunne naald via de vagina eicellen uit de follikels in de eierstokken. De ingreep is kort en gebeurt met pijnstilling of lichte verdoving. De eicellen gaan direct naar het laboratorium.
Doet een eicelpunctie pijn?
Een eicelpunctie wordt uitgevoerd met pijnstilling of een lichte verdoving, de exacte vorm verschilt per ziekenhuis. Tijdens de ingreep voelen veel vrouwen weinig. Daarna kan er buikpijn of een beetje bloedverlies zijn, dat meestal snel afneemt.
Hoe verloopt de terugplaatsing van een embryo?
Bij een embryotransfer brengt de arts een embryo met een dun slangetje door de baarmoederhals in de baarmoeder. Het is meestal een korte handeling zonder verdoving. Soms krijgt de vrouw daarbij hormonen, zoals progesteron, om het slijmvlies van de baarmoeder te ondersteunen.
Wat is een IVF-poging?
Een IVF-poging, ook cyclus genoemd, loopt van de start van de hormoonstimulatie tot en met de zwangerschapstest. Een poging kan eerder eindigen, bijvoorbeeld als er te weinig eicellen rijpen of er geen bruikbaar embryo ontstaat.
Wat is het verschil tussen IVF en ICSI?
Het verschil tussen IVF en ICSI zit in de bevruchting. Bij IVF worden eicellen en zaadcellen samen in een schaaltje gelegd. Bij ICSI brengt een embryoloog met een naaldje één zaadcel in één eicel. De rest van de behandeling is gelijk.
Wanneer wordt ICSI gekozen?
ICSI wordt gekozen als gewone bevruchting weinig kans heeft, meestal bij een duidelijk verminderde zaadkwaliteit. Ook bij zaadcellen die met PESA of TESE zijn gewonnen, bij een eerdere mislukte bevruchting of bij sommige genetische onderzoeken wordt ICSI toegepast.
Is ICSI beter dan IVF?
ICSI is niet in elke situatie beter dan IVF. Bij een normale zaadkwaliteit levert ICSI geen duidelijke winst op. De methode is bedoeld voor situaties waarin gewone bevruchting onwaarschijnlijk is en verandert niets aan de kwaliteit van de eicel.
Wat is milde IVF?
Milde IVF is een IVF-behandeling met weinig of geen hormoonstimulatie, waarbij één of enkele eicellen worden opgehaald. Bij een natuurlijke cyclus wordt de ene eicel opgehaald die het lichaam zelf laat rijpen. Het aantal embryo's is daardoor klein.
Wat is een embryo?
Een embryo is een bevruchte eicel die zich begint te delen en te ontwikkelen. Bij IVF en ICSI groeit het embryo enkele dagen in een broedstoof in het laboratorium, voordat het wordt teruggeplaatst of ingevroren.
Wat is een blastocyst?
Een blastocyst is een embryo in een later stadium van ontwikkeling, met een binnenkant en een buitenlaag. Het staat dichter bij het moment waarop een embryo zich in de baarmoeder innestelt. Soms worden embryo's tot dit stadium gekweekt.
Wordt er één of twee embryo's teruggeplaatst?
Vaak wordt één embryo per keer teruggeplaatst, omdat een meerlingzwangerschap meer risico's geeft voor moeder en kinderen. In sommige situaties bespreekt de arts of het terugplaatsen van twee embryo's past. Het beleid verschilt per situatie en per ziekenhuis.
Wat gebeurt er met overgebleven embryo's?
Overgebleven embryo's van goede kwaliteit kunnen worden ingevroren voor een volgende poging. Het paar legt vooraf vast wat er met ingevroren embryo's mag gebeuren als ze niet meer nodig zijn, bijvoorbeeld bewaren, doneren voor onderzoek of aan een ander paar, of laten vergaan.
Wat is PGT?
PGT, preïmplantatie genetische test, is onderzoek aan enkele cellen van een embryo voordat het wordt teruggeplaatst. Zo wordt gekeken of het embryo een bepaalde erfelijke aandoening of chromosoomafwijking heeft. PGT is alleen mogelijk samen met IVF of ICSI.
Voor wie is PGT bedoeld?
PGT is bedoeld voor paren met een bekend, aanzienlijk risico op een kind met een ernstige erfelijke aandoening, bijvoorbeeld door een erfelijke ziekte in de familie of een chromosoomverandering bij een van de partners. In Nederland gelden hiervoor voorwaarden.
Garandeert PGT een gezond kind?
PGT garandeert geen gezond kind. Het onderzoek zoekt alleen naar de aandoening waar gericht naar wordt gekeken en kan niet alle mogelijke aandoeningen uitsluiten. Ook is niet elk embryo geschikt voor onderzoek en blijft er soms geen bruikbaar embryo over.
Hoe worden eicellen ingevroren?
Voor het invriezen van eicellen krijgt de vrouw hormoonprikken zodat meerdere eicellen rijpen, gevolgd door een eicelpunctie. De eicellen worden niet bevrucht maar ingevroren met vitrificatie, een snelle afkoelmethode die ijskristallen voorkomt.
Hoe lang kun je eicellen bewaren?
Hoe lang je eicellen kunt bewaren hangt af van de regels en de afspraken met de kliniek, niet van de techniek: ingevroren eicellen kunnen technisch lang goed blijven. Vraag de kliniek welke bewaartermijn geldt en of verlenging mogelijk is.
Garandeert eicellen invriezen een zwangerschap?
Eicellen invriezen garandeert geen zwangerschap. Niet elke eicel overleeft het ontdooien of wordt bevrucht, en niet elk embryo leidt tot een zwangerschap. Een jongere leeftijd bij het invriezen en meer eicellen vergroten de kans, maar zekerheid bestaat niet.
Wanneer worden eicellen om medische redenen ingevroren?
Eicellen worden om medische redenen ingevroren als een behandeling of aandoening de vruchtbaarheid kan aantasten, zoals chemotherapie, bestraling of ernstige endometriose. Vaak moet dan snel een besluit worden genomen, omdat de behandeling niet lang kan wachten.
Wie laat zaadcellen invriezen?
Zaadcellen laten invriezen vooral mannen die een behandeling krijgen die de vruchtbaarheid kan aantasten, zoals chemotherapie, en donoren. Ook bij een vasectomie of een geslachtsaanpassing kan het zaad worden bewaard voor later gebruik.
Kan ingevroren zaad later worden gebruikt?
Ingevroren zaad kan na het ontdooien worden gebruikt voor IUI, IVF of ICSI. Niet alle zaadcellen overleven het invriezen, dus de kwaliteit na ontdooien kan lager zijn. Bij weinig zaadcellen is ICSI vaak de meest passende methode.
Wat is een KID-donor?
Een KID-donor is een donor van wie het kind later de identiteitsgegevens kan opvragen. KID staat voor kind met identiteitsgegevens van de donor. In Nederland worden donorgegevens bewaard, zodat een kind later naar zijn herkomst kan vragen.
Wat is een bekende donor?
Een bekende donor is een donor die de wensouders persoonlijk kennen, bijvoorbeeld een vriend of familielid. Bij een niet-bekende donor kennen de ouders hem niet, maar zijn de gegevens wel vastgelegd. Afspraken over contact met het kind verschillen per situatie.
Wat is eiceldonatie?
Eiceldonatie is het geven van eicellen door een vrouw aan een andere vrouw of een paar. De donor krijgt hormoonprikken en een eicelpunctie. De eicellen worden bevrucht en de embryo's worden bij de ontvangende vrouw teruggeplaatst.
Is draagmoederschap toegestaan in Nederland?
Draagmoederschap is in Nederland niet verboden, maar valt onder strenge randvoorwaarden en protocollen, met beperkingen op bemiddeling. De vrouw die het kind baart is juridisch de moeder, dus meestal is daarna een juridische stap nodig.
Wat gebeurt er bij een zaadanalyse?
Bij een zaadanalyse onderzoekt een laboratorium een zaadmonster op het aantal zaadcellen, hun beweeglijkheid en hun vorm. Omdat de uitslag kan wisselen, wordt de test soms herhaald. Het is vaak de eerste stap bij het onderzoek naar mannelijke onvruchtbaarheid.
Wat zijn PESA en TESE?
PESA en TESE zijn ingrepen waarbij zaadcellen rechtstreeks uit de bijbal of zaadbal worden gehaald. Bij PESA gebeurt dit met een naald uit de bijbal, bij TESE met een klein stukje weefsel uit de zaadbal. De zaadcellen worden daarna gebruikt voor ICSI.
Is IVF gevaarlijk?
IVF is in het algemeen een veilige behandeling, maar kent risico's, zoals bijwerkingen van hormonen, overstimulatie van de eierstokken (OHSS), een meerlingzwangerschap en zelden een bloeding of infectie bij de eicelpunctie. De arts bespreekt deze vooraf.
Wat is OHSS?
OHSS, het ovarieel hyperstimulatiesyndroom, is een te sterke reactie van de eierstokken op hormonen. De eierstokken zwellen op en er kan vocht in de buik komen. De milde vorm geeft buikpijn en een opgeblazen gevoel, de ernstige vorm is zeldzaam.
Wat zijn add-ons bij IVF?
Add-ons zijn extra onderzoeken of behandelingen die bij IVF kunnen worden aangeboden bovenop de standaardzorg, zoals time-lapse, een endometrium scratch of assisted hatching. Voor veel add-ons is niet aangetoond dat ze de kans op een geboren kind vergroten.
Welke vragen kun je stellen over een add-on?
Vraag bij een add-on of is aangetoond dat het tot meer geboren kinderen leidt, voor welke groep, welke nadelen er zijn, of het standaardzorg is en of het bij jouw situatie past. Zo krijg je een eerlijk beeld van wat er bekend is.
De zorg in Nederland
Heb je een verwijzing nodig voor een fertiliteitscentrum?
Voor een fertiliteitscentrum of de gynaecoloog in een ziekenhuis heb je in de regel een verwijzing van de huisarts nodig. Die verwijzing is ook vaak nodig voor de vergoeding door de zorgverzekering. Vraag het centrum of je verzekeraar vooraf wat in jouw situatie geldt.
Wat is een IVF-centrum met vergunning?
Een IVF-centrum met vergunning is een instelling die van de overheid toestemming heeft om de laboratoriumfase van IVF uit te voeren, dus het bevruchten van eicellen en het terugplaatsen van embryo's. Andere onderdelen, zoals controles, kunnen soms in een samenwerkend ziekenhuis gebeuren.
Wat is het verschil tussen een academisch ziekenhuis en een particuliere kliniek?
Een academisch ziekenhuis combineert patiëntenzorg met onderzoek en onderwijs en biedt brede zorg. Een particuliere of zelfstandige kliniek richt zich op één vakgebied. Het type centrum zegt niets over je kansen. Kijk naar de behandeling die je nodig hebt en naar de begeleiding.
Waarom verschillen wachttijden bij fertiliteitscentra?
Wachttijden bij fertiliteitscentra verschillen door het aantal aanmeldingen, de beschikbare artsen, verpleegkundigen en embryologen, de capaciteit van het laboratorium en de regio. Vraag een centrum daarom naar de actuele situatie voor de behandeling die jij nodig hebt.
Waar let je op bij het kiezen van een fertiliteitscentrum?
Bij het kiezen van een fertiliteitscentrum kun je letten op de behandelingen die het aanbiedt, de vergunning voor IVF, de begeleiding en bereikbaarheid, de reisafstand, de openheid over resultaten en of je verzekeraar het centrum vergoedt. Een aanbeveling voor één centrum geven we niet.
Wat doet een fertiliteitsarts?
Een fertiliteitsarts onderzoekt waarom zwanger worden niet lukt, legt de opties uit en begeleidt behandelingen zoals ovulatie-inductie, IUI en IVF. Dit zijn vaak gynaecologen met een aandachtsgebied voortplantingsgeneeskunde, of artsen in een team met hen.
Hoe kom je bij een fertiliteitscentrum terecht?
Je komt bij een fertiliteitscentrum meestal via de huisarts, die je na eerste onderzoek doorverwijst naar een ziekenhuis. Dat kan een academisch ziekenhuis, een algemeen ziekenhuis of een gespecialiseerd centrum zijn. Begin dus met een afspraak bij je huisarts.
Wat gebeurt er bij de eerste afspraak in een fertiliteitscentrum?
Bij de eerste afspraak voert een arts of verpleegkundige een gesprek met jou en je partner over je cyclus, je gezondheid en hoe lang je al probeert. Vaak volgen een lichamelijk onderzoek, echo en bloedonderzoek. Daarna bespreekt het team de volgende stap.
Waar kun je op letten bij het kiezen van een fertiliteitscentrum?
Let bij het kiezen van een fertiliteitscentrum op de vergunning voor jouw behandeling, de afstand, de wachttijd, hoe duidelijk het team uitleg geeft en hoe het centrum zijn resultaten meldt. Dit zijn punten om over na te denken, geen advies voor een bepaald centrum.
Welke wetten gelden voor fertiliteitszorg in Nederland?
Voor fertiliteitszorg gelden onder meer de Embryowet, de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting en de Wet op bijzondere medische verrichtingen. Ze regelen wat met embryo's mag gebeuren, hoe donorgegevens worden vastgelegd en welke instellingen IVF mogen uitvoeren.
Wat regelt de Embryowet?
De Embryowet regelt wat er met geslachtscellen en embryo's mag gebeuren. Ze vraagt schriftelijke toestemming van de betrokkenen en verbiedt onder meer het laten ontwikkelen van embryo's buiten het lichaam langer dan veertien dagen en het kiezen van het geslacht, behalve bij bepaalde ernstige erfelijke aandoeningen.
Wie houdt toezicht op fertiliteitscentra?
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houdt toezicht op instellingen die met geslachtscellen en embryo's werken. Zij kan controleren en maatregelen nemen als regels niet worden nageleefd. Zorgverleners volgen daarnaast richtlijnen van hun eigen beroepsverenigingen.
Wat is het basispakket en wie bepaalt dat?
Het basispakket is de zorg die elke basisverzekering moet vergoeden. De minister van Volksgezondheid beslist welke zorg erin zit. Het Zorginstituut Nederland adviseert daarover. Voor fertiliteitszorg gelden voorwaarden over onder meer de medische reden, de leeftijd en het aantal pogingen.
Hoe komen tarieven in de ziekenhuiszorg tot stand?
Voor een deel van de ziekenhuiszorg stelt de Nederlandse Zorgautoriteit maximumtarieven vast op basis van onderzoek. Voor een ander deel maken zorgverzekeraars en zorgaanbieders zelf afspraken in contracten. Daarom kan de vergoeding en de manier van declareren per centrum en verzekeraar verschillen.
Is er een regeling voor alleenstaande vrouwen of vrouwen met een vrouwelijke partner?
Voor vrouwen zonder mannelijke partner en zonder medische reden bestaat een aparte regeling voor inseminatie met donorzaad. Die staat los van de basisverzekering. Of je ervoor in aanmerking komt, vraag je aan het centrum of je verzekeraar. Regelingen kunnen wijzigen.
Wat is een medische indicatie?
Een medische indicatie is een medische reden waarom een zwangerschap niet vanzelf ontstaat. De reden kan aanwijsbaar zijn, zoals een afgesloten eileider of lage zaadkwaliteit, of onverklaard. De arts stelt de indicatie vast. Zonder indicatie valt de behandeling niet onder de basisverzekering.
Hoeveel IVF-pogingen vergoedt de basisverzekering?
De basisverzekering vergoedt maximaal drie IVF-pogingen per doorgaande zwangerschap, mits er een medische indicatie is en de vrouw jonger is dan 43 jaar. Na een doorgaande zwangerschap ontstaat opnieuw recht op drie pogingen. Je polis en verzekeraar zijn altijd leidend.
Tot welke leeftijd wordt IVF vergoed?
IVF wordt uit de basisverzekering vergoed voor vrouwen jonger dan 43 jaar. Is een IVF-poging gestart voordat de vrouw 43 werd, dan wordt die poging ook daarna nog vergoed. Een nieuwe behandeling die vanaf 43 jaar begint, valt buiten het basispakket.
Wat telt als een IVF-poging?
Een IVF-poging begint met een geslaagde follikelpunctie, dus wanneer eicellen zijn opgehaald. Ze omvat de hormoonbehandeling, de punctie, de bevruchting en één of meer terugplaatsingen van verse of ingevroren embryo's. Ze eindigt bij een doorgaande zwangerschap of als alle embryo's zijn teruggeplaatst.
Wordt IUI vergoed door de basisverzekering?
Ja, IUI wordt onder voorwaarden vergoed. Er moet een medische reden zijn, die ook bij de man kan liggen, en de vrouw moet jonger zijn dan 43 jaar. De arts bepaalt hoeveel behandelingen passend zijn, meestal een beperkt aantal.
Wordt behandeling vergoed zonder medische reden?
Nee, zonder medische reden wordt een fertiliteitsbehandeling niet vergoed uit de basisverzekering. Dat geldt ook voor alleenstaande vrouwen en vrouwen met een vrouwelijke partner. Voor inseminatie met donorzaad bestaat in sommige gevallen een aparte regeling buiten de basisverzekering.
Wordt het invriezen van eicellen of zaadcellen vergoed?
Het invriezen van eigen eicellen of zaadcellen kan onder voorwaarden worden vergoed als een medische behandeling, zoals chemotherapie, de vruchtbaarheid kan aantasten. Invriezen om andere redenen valt doorgaans buiten de basisverzekering. Vraag je verzekeraar naar de voorwaarden van jouw polis.
Wat is het verschil tussen basisverzekering en aanvullende verzekering bij fertiliteit?
De basisverzekering is verplicht en vergoedt fertiliteitszorg onder landelijke voorwaarden. Een aanvullende verzekering is vrijwillig en verschilt per verzekeraar en polis. Lees de polisvoorwaarden en vraag je verzekeraar naar de mogelijkheden voor vruchtbaarheidszorg.
Heb je vooraf toestemming van de verzekeraar nodig voor een fertiliteitsbehandeling?
Soms wel. Zorgverzekeraars kunnen een machtiging of toestemming vooraf vragen voor bepaalde behandelingen. Het centrum helpt vaak bij de aanvraag. Vraag het vóór de start na, zodat je weet welke voorwaarden voor jouw polis gelden.
Wordt de zorg voor een donor vergoed door de basisverzekering?
De zorg voor de donor zelf, bijvoorbeeld bij eiceldonatie, valt niet onder de basisverzekering, omdat een donor geen medische indicatie heeft. De behandeling van de ontvanger kan wel onder de voorwaarden van het pakket vallen. Bekijk de details bij je verzekeraar.
Hoe registreren fertiliteitscentra hun resultaten?
Centra met een IVF-vergunning leggen gegevens over behandelingen en uitkomsten vast in een landelijke registratie van de beroepsvereniging van gynaecologen. Zo zijn de gegevens uit verschillende centra op een gelijke manier verzameld en kunnen ze periodiek worden gepubliceerd.
Kun je resultaten van fertiliteitscentra zomaar vergelijken?
Nee, resultaten van centra zijn niet zomaar te vergelijken, omdat patiëntengroepen verschillen in leeftijd, duur van de kinderwens en eerdere behandelingen. Een centrum met oudere patiënten kan lager scoren zonder slechter te werken. Bespreek cijfers met je arts.
Waar let je op bij het lezen van IVF-uitkomsten?
Let op of de patiëntengroep bij jouw situatie past, kijk naar meerdere jaren en wees voorzichtig met kleine verschillen, want die kunnen toeval zijn. Kijk ook naar wat er precies wordt geteld, zoals een poging of een doorgaande zwangerschap.
Is behandeling in het buitenland veilig?
Dat verschilt per land en per kliniek en is niet algemeen te beantwoorden. Toezicht en eisen aan laboratoria zijn niet overal gelijk. Zoek informatie over de kliniek, vraag naar vergunningen en nazorg en bespreek je plannen vooraf met je eigen arts.
Is een donor in het buitenland anoniem?
Dat hangt van het land af. In Nederland worden donorgegevens centraal vastgelegd en kan een kind ze later opvragen. In andere landen kan een donor anoniem blijven of gelden andere regels. Vraag dit na voordat je een donor kiest.
Hoe werkt de nazorg na een behandeling in het buitenland?
Vraag vóór de behandeling hoe controles en eventuele complicaties worden afgehandeld, ook na terugkeer in Nederland. Zorg dat je medische gegevens kunt meenemen of laten doorsturen, zodat je eigen arts of gynaecoloog de zorg kan voortzetten.
Mag je je medisch dossier bij een fertiliteitscentrum inzien?
Ja, je hebt recht op inzage in je medisch dossier en op een kopie, ook in elektronische vorm. Je kunt ook vragen om correctie van onjuiste gegevens. In bijzondere gevallen, zoals bij de privacy van een ander, kan een zorgverlener een deel weigeren.
Hoelang wordt een medisch dossier bewaard?
Een zorgverlener bewaart een medisch dossier in de regel twintig jaar na de laatste wijziging. Soms is een langere termijn nodig, bijvoorbeeld voor goede zorg of door een andere wettelijke regel. Je kunt je arts ook zelf vragen het dossier langer te bewaren.
Wie moet toestemming geven voor het gebruik van embryo's?
De betrokkenen moeten schriftelijk toestemming geven, nadat zij goed zijn geïnformeerd en bedenktijd hebben gehad. Zolang embryo's niet zijn gebruikt, kan die toestemming worden ingetrokken. Bij een verschil van mening tussen de betrokkenen wordt een embryo niet beschikbaar gesteld.
Hoelang mogen embryo's worden bewaard?
De Embryowet noemt geen vaste maximumtermijn. De bewaartermijn en wat er daarna met de embryo's gebeurt, leg je vast met het centrum, meestal in een bewaarovereenkomst. Daarin kies je bijvoorbeeld voor vernietiging, overdracht of beschikbaarstelling voor onderzoek.
Mag een kind weten wie de donor is?
Een kind uit donorzorg kan gegevens over de donor opvragen. Niet-herleidbare gegevens kunnen eerder, en vanaf zestien jaar kan het kind ook gegevens opvragen waarmee de donor te herkennen is. Dat geldt voor behandelingen in Nederland. De regels kunnen veranderen, dus controleer de actuele stand.
Wordt de partner van de moeder automatisch juridisch ouder bij een donor?
Dat hangt af van de situatie. Bij een onbekende donor en een huwelijk of geregistreerd partnerschap kan de partner bij de geboorte automatisch juridisch ouder worden, mits wordt aangetoond dat de donor onbekend is. Bij een bekende donor is meestal erkenning of adoptie nodig.
Wie doet wat in de fertiliteitszorg?
De huisarts doet het eerste onderzoek en verwijst door. De gynaecoloog stelt het behandelplan op. De embryoloog werkt met cellen en embryo's in het laboratorium. Verpleegkundigen begeleiden de behandeling en een psycholoog helpt bij de emotionele kant van een kinderwens.
Fertiliteit.nl is te koop
Een naam voor wie het onderwerp serieus neemt. Stuur een bod of een vraag.
Doe een bod